De Klik – Hoofdstuk 8 & 9
-8-
De dagen die volgde gingen als een waas voorbij. Ome Jan was een leuke kerel en Siem was blij dat hij in deze periode bij hun in huis was, al was het alleen al om zijn moeder wat op te vrolijken. Zoals ze al voorspeld hadden werd zijn oma inderdaad op woensdag 5 december begraven. Dit was een donkere en regenachtige dag. De avond ervoor was er een avondwake geweest. Zijn oma had er rustig en vredig bijgelegen. Alsof ze lag te slapen. Daarna was de kist gesloten en zo had deze in de kerk gestaan. Na de kerkdienst waren ze te voet naar de begraafplaats gelopen. Dit stuk deed het meeste zeer. Siem realiseerde zichzelf dat dit definitief het einde was. Hierna zou zijn oma begraven en van deze wereld gewist worden. Tijdens het avondwake was het niet zo druk geweest. In de kerk was het wel druk maar hier, op de koude begraafplaats waren ze met zijn zessen. Alleen gezinnetje de Graaf en ome Jan. Toen de tijd gekomen was voor Siem om afscheid te nemen liep hij naar de kist. Hij legde zijn handen op de kist en zei, dag lieve oma. Alles wat u deed was altijd goed. U deed alles uit liefde en daarom was u ook zo geliefd. Iedereen zal u missen, ik zal u missen. Heel, heel erg veel. En toen sloot Siem zijn ogen en daar stond hij in het duister. Hij stond daar nog eenmaal alleen met zijn oma. De bekende beelden vlogen voorbij. De appelflappen, de radio maar wat Siem het meeste bij bleef was dat ze samen danste. Hij en zijn oma danste daar in de duisternis. Dat was vreemd en toch ook fijn tegelijk. Ze zeiden helemaal niks tegen elkaar. Maar zijn oma leek gelukkig. Dit deed Siem goed. Terwijl ze danste gaf ze hem een kus en toen opende Siem zijn ogen. Er rolde grote tranen over zijn wangen. Het was goed. Hij had afscheid van haar kunnen nemen en hij wist dat ze altijd dichtbij hem zou zijn. Toen iedereen afscheid had genomen gingen ze naar huis en werd er nog veel nagepraat over zijn oma.
Toen later op de avond de telefoon ging nam zijn moeder op. Ze gaf deze echter al snel aan ome Jan. Terwijl ome Jan aan de telefoon zat hoorde hij zijn moeder zeggen dat er iets niet pluis was. Het duurde niet lang alvorens ome Jan de verbinding verbrak. De vader van zijn vrouw was een paar uur geleden overleden. Ze was nu bij haar familie maar ze stond erop dat hij naar huis zou komen. Ome Jan zou pas in de loop van de volgende dag vertrekken maar met deze informatie besloot hij om meteen zijn spullen te pakken. Weer een bizarre dag met een rare wending. Kon er dan helemaal niets meer volgens planning verlopen, dacht Siem. Na het telefoontje duurde het een klein uurtje voordat ome Jan de oprijlaan afreed. Zijn auto zat vol en hij zag er moe uit. Zijn moeder had hem duidelijk gemaakt dat het haar geen goed idee leek dat hij na zo’n zware dag de nacht door zou rijden. Ome Jan had haar echter verzekerd dat hij veilig zou rijden en dat er niks zou gebeuren.
Nadat ome Jan vertrokken was duurde het niet lang voor Siem naar bed ging. Hij was moe. Hij kon zich helemaal niet herinneren voor het laatst zo moe geweest te zijn. Hij kroop in bed en sloot zijn ogen. Voor zijn gevoel duurde het niet lang voor de telefoon ging. Hij hoorde hem bijna niet eens maar het belsignaal klonk irritant opdringerig in het stille huis. Tegen de tijd dat Siem besefte wat er gebeurde, was gaan zitten en op de klok keek was het getringel opgehouden. Het was bijna half 3. Zijn vader of moeder had de telefoon vast opgenomen. Waarschijnlijk iemand die fout verbonden was. Misschien wel iemand die een taxi wilde bellen? Siem ging weer slapen. Hij draaide zich om en doezelde langzaam weg. Er kwam geen droom, geen zuster Bertha, geen oma. Dit was goed. En toen voelde het alsof hij omlaag gezogen werd. Hij viel. Tijdens de val hoorde hij zijn naam. Simon, Simon? Hij voelde iets op zijn gezicht. Het kriebelde door zijn haar en liep langzaam naar zijn nek. Nu hoorde hij het duidelijker. Simon? Wordt eens wakker. Zijn val kwam abrupt tot stilstand en hij opende zijn ogen. Er zat een gedaante bij hem op bed. Hij draaide zijn hoofd om beter te kunnen zien wie er bij hem op bed zijn. Hij keek recht in de ogen van zijn zus. Dit moest een droom zijn toch? Zijn zus had hem nog nooit op die manier wakker gemaakt. Huh? Zei hij! Je moet even wakker worden Simon zei ze. Siem voelde dat het geen droom was. Dit was echt! Hij keek op de klok. Het was net iets over zevenen en er kwam een flauw licht door de ramen. Ik snap het niet zei hij. Pap en mam zijn weg, zei ze. Dit antwoord zorgde er niet voor dat Siem beter begreep wat er aan de hand was. In tegenstelling. Beloof me dat je niet gaat schrikken, zei ze. Ook zo’n nutteloze vraag, dacht hij. Juist nu wist hij dat hij ging schrikken maar besloot om toch maar “ok” te zeggen.
Ome Jan heeft vannacht een auto ongeluk gekregen. Hij was nog geen 4 uur onderweg toen het gebeurde. Uiteraard schrok hij hiervan. Hoezo dan, vroeg Siem. Geen idee? Pap is vannacht gebeld door Delphine. Kennelijk ligt hij ernstig gewond in een Belgisch ziekenhuis. Ze hebben hem al geopereerd maar kennelijk is hij er slecht aan toe. Delphine is helemaal over haar toeren en wilde ook richting het ziekenhuis gaan. Pap had haar gevraagd om dat niet te doen omdat hij bang was dat er ook met haar iets zou gebeuren als ze halsoverkop de weg op ging. Hij had gezegd dat hij en mam eerst vandaag zouden gaan kijken en haar zouden laten weten hoe hij er aan toe was. Ze zijn vanochtend dus al vroeg vertrokken en ze zullen vanavond pas laat thuis zijn. Ik denk dat we vandaag allemaal maar thuis blijven. Ik weet dat we eigenlijk naar school moeten maar ik vind het wel rechtvaardig om ons allemaal vandaag maar ziek te melden. Wat vindt jij ervan?
Siem had even nodig om alles op een rijtje te zetten maar hij was het hier uiteraard wel mee eens. Die dag keken ze met zijn drieën veel tv en werden er een paar potjes Monopoly gespeeld.
Met ome Jan was het niet goed. Hij had een gebroken rug, doorboorde long en enkele botbreuken in zijn armen en benen. Die vrijdag zouden ze ook allemaal nog thuisblijven. Dat weekeind zouden zijn ouders nogmaals op en neer rijden. Delphine zou op zaterdag bij ome Jan gaan kijken en zijn ouders reden op zondag weer die kant op. Ome Jan was buiten levensgevaar maar hij zou nog minimaal een week in het ziekenhuis moeten blijven. Omdat hij in het ziekenhuis lag miste hij ook de begrafenis van zijn schoonvader. Het weekeind dat volgde was mistroostig. Dat had natuurlijk alles te maken met de situatie en Siem had op zaterdag het eerste Diazepam pilletje uit de verpakking gedrukt. Hij had ze immers niet voor niks gekocht toch en hij vond wel dat hij het verdiende om zich iets meer te ontspannen. En, het werkte fantastisch! Kort nadat hij een pilletje ingenomen had voelde hij een last van zijn schouders glijden. Zijn spieren ontspande zich en zo was hij heerlijk in slaap gevallen. Op zondag had hij 2 tabletjes genomen. Siem had het idee de situatie prima onder controle te hebben. Hij kon alles nu prima relativeren en hij nam zich voor om de overige tabletjes weg te gooien. Zonde van de centjes maar hij realiseerde zich heel goed dat het niet gezond was wat hij aan het doen was. Toch was er iets dat hem weerhield om de tabletjes meteen weg te gooien. Morgen dacht hij. Morgen gooi ik ze weg.
En “morgen” kwam snel. Op maandagochtend werd Siem wakker met het idee dat de emotionele rollercoaster nu eindelijk klaar was met razen. Zou dan nu alles weer rustig worden?
Maandag bevestigde zijn gevoel. Op dinsdag kreeg de hele school te horen dat er op vrijdag 21 december een kerstbal georganiseerd zou worden. Uiteraard wist hij dat al wel. Het was een vereiste dat ze op hun “kerst best” gekleed zouden komen. Op woensdag zag hij Sarah voorbij lopen en hij dacht dat ze naar hem knipoogde. Hij wist dit eigenlijk wel zeker toch? Die blauwe ogen liegen niet. Ze knipoogde naar hem. Het begon er steeds beter uit te zien! Ga je met haar dansen op het kerstfeest, had Pepijn hem lachend gevraagd. Siem had gereageerd dat hij niet zo gek moest doen. Ze kan beter een bezem pakken om te dansen had Siem geantwoord, die is ritmischer dan ik. En hier hadden ze beide om gelachen.
Alles was goed… tot de opvolgende dag. Donderdag zou bevestigen dat de rollercoaster nog in volle gang was. De rollercoaster die hij zelf in gang gezet had. Op donderdag zou alles anders worden.
-9-
Het was al donderdagmiddag en de lunch had prima gesmaakt. Hij had samen gegeten met Pepijn, Fenna en Dirk. Met zijn vieren liepen ze naar de volgende les. Nederlands van mijnheer Peter. Samen waren ze het er wel over eens dat ze er geen zin in hadden en dat lessen van mijnheer Peter altijd het ergste zijn. Ze liepen door de hal, de automaten, de lockers en links de gang van mijnheer Peter zijn lokaal. Ze liepen langst mijnheer Job die vriendelijk knikte en vroeg of ze lekker geluncht hadden. Daarna liep hij weer door want hij moest nog helemaal naar de andere kant van het gebouw om biologie te geven. Had hij nou ketchup gemorst op zijn blouse? Siem besteedde er verder geen aandacht aan.
Mijnheer Peter zat echter al klaar achter zijn bureau en keek het groepje minachtend aan toen ze binnenkwamen. Uitgebreid geluncht? Vroeg hij aan de groep. Niemand gaf veel antwoord op deze vraag. Alleen Pepijn zei dat het prima gesmaakt had. Voortaan op tijd de les binnenkomen jongens. Op dat moment keek mijnheer Peter naar Fenna maar hij zei niks. Nu gaan zitten. Alle vier gingen ze zitten. Na hen kwamen er zeker nog tien klasgenoten de klas in maar deze kregen geen opmerking van mijnheer Peter.
Toen iedereen zat zei mijnheer Peter: vandaag gaan we iets anders doen dan normaal. Jullie zullen over een paar jaar stage gaan lopen en kort daarna zullen jullie gaan werken. Sommige van jullie zullen accountant worden, andere worden directeur en sommige van jullie mogen blij zijn met een baan als secretaresse. Siem zag dat hij op dat moment weer naar Fenna keek. Was dit toeval of was het met opzet? Maar iedereen krijgt te maken met telefoongesprekken. Vandaag gaan we oefenen in het voeren van een goed en netjes telefoongesprek. Hierbij oefenen we niet alleen hoe je dat doet en waar je rekening mee moet houden maar we oefenen meteen om goed en duidelijk te praten. We gaan groepen maken van 4 personen. Uiteindelijk zaten Siem, Pepijn, Dirk en Mo bij elkaar in de groep. Eigenlijk was Fenna aangeschoven maar elders in de klas ontstond een groepje van 3 meisjes en Mo stond alleen. Niemand wilde Mo in de groep hebben en dus had Fenna geruild met Mo.
Op hun bureau kregen ze een papier met een aantal onderwerpen. Iedereen moest om de beurt een onderwerp kiezen en bellen met iemand anders uit de groep. Zo waren ze ruim twintig minuten met elkaar aan het bellen. Daarna kregen ze de onderwerpen van een andere groep en gingen de volgende twintig minuten in. Toen Siem zelf voor de derde keer aan de beurt was besloot hij om met Mo te bellen. Het leek alsof mijnheer Peter hem in de gaten had gehouden want hij kwam vanuit achter in de klas richting hun tafeltje gesneld waar hij bleef luisteren. Ook dat nog, dacht Siem die het ondertussen wel een beetje saai begon te vinden. Zijn onderwerp was “bellen om een verzekering te verkopen”. Daar gaan we Mo, zei hij en Dirk drukte de stopwatch aan.
Tring tring.
Hallo, zei Mo. Goedemiddag, zei Siem. Goedemiddag mijnheer, verbeterde mijnheer Peter hem. Goedemiddag mijnheer. Ik ben van ELLG en ik bel om te vragen hoe u verzekerd bent. ELLG, antwoorde Mo. Wat is dat? Zie je nu wat je fout doet, viel mijnheer Peter in de reden. Je belt maar hij weet helemaal niet wie je nu bent. Wat is ELLG? Staat dat soms voor “ellendeling”? Siem had willen lachen maar hij wist zich net in te houden. Hij ging verder. Sorrie mijnheer. Ik ben van ELLG en dat staat voor “een leven lang gezond”. Ok? Zei Mo weer. En wat moet ik daarmee? Ik ben gezond. Heeft u nog nooit van ons gehoord? ELLG Ziektekostenverzekeraars. Ik beloof u dat ik u beter kan verzekeren dan uw huidige verzekeraar tegen een fractie van de kosten. Wat zegt u daarvan? Maar ik ben erg tevreden met mijn eigen ziektekostenverzekeraar, vervolgde Mo die het gesprek op gang wilde houden. Mijnheer Peter zijn ogen gingen van links naar rechts maar vertrok verder geen spier. Waarom bent je dan zo tevreden, zei Siem. Nog voor Mo iets kon zeggen verbeterde mijnheer Peter hem weer. Het is “u” en niet “je” en daarnaast is het niet verstandig om vragen te gaan stellen. Dat werkt niet overtuigend. Het is jou taak om te overtuigen. Sorrie, zei Siem. Even opnieuw. Ik begrijp dat u tevreden bent want anders was u wel bij iemand anders verzekerd. Maar ik beloof u dat ik u meer tevreden kan maken als u me even een momentje van uw tijd gunt. Mo keek Siem aan en zei, vooruit dan, ik heb nu toch niets beters te doen. Het scheelde niet veel of ze hadden nu beide in de lach geschoten. Mijnheer Peter vertrok nog steeds geen spier. Hoe bent u nu verzekerd, vervolgde Siem. Dat weet ik niet precies, zei Mo. Dat regelt mijn vrouw normaliter maar die is er nu niet. Mijnheer Peter kreeg een lachje op zijn gezicht. Hoe zou Simon hierop reageren. Weet u misschien of u een basispakket heeft, of een aanvullend pakket? Het lachje verdween weer van mijnheer Peter zijn gezicht. Ik geloof dat we een basispakket hebben antwoorde Mo. Prima, zei Siem. En heeft u momenteel klachten waarvoor u onder behandeling bent en die u zelf moet betalen omdat u huidige verzekeraar deze niet vergoed? Mo dacht even na en zei toen. Jazeker. Ik loop al geruime tijd bij de psychiater. Ik heb veel last van onrust in mijn hoofd, vooral als ik op school zit. Siem proestte het bijna uit van het lachen. Het was maar goed dat hij niet naar Mo keek. De gezichtsspieren van mijnheer Peter trokken aan maar hij zei niets. Er stond dik drie minuten op de teller. Nog even en dit gesprek zit er weer op, dacht Siem. Dat is erg vervelend. Ik hoor daar geregeld veel klachten over. Vooral leerlingen van de KSE blijken daar veel last van te hebben. Nog voor hij erbij nadacht floepte het eruit. Hij en Mo keken elkaar aan en ze schoten in de lach. Mo bulderde het uit. Beide hadden ze tranen in hun ogen. Mijnheer Peter keek alsof hij water zag branden. Hij stond even stil en verroerde geen vin. Pas na een paar seconde kwamen zijn handen in actie. Hij pakte Siem en Mo bij de kraag en sleurde ze de klas uit en gooide ze op de gang. Als jullie dit grappig vinden dan weet ik ook nog wel wat, zei hij. Kom vanmiddag na de les maar bij mij. Ik zal ervoor zorgen dat ik iets heb waarbij het lachen jullie snel zal vergaan.
Twee lesuren later stonden ze terug in de klas. De eigen klas van mijnheer Peter had nu les van hem. Dit was een late les, waarschijnlijk de laatste les van vandaag. Vooraan in de klas zat Sarah. Wat sta ik hier voor aap, dacht Siem. En hij durfde Sarah niet aan te kijken. We zijn klaar met de les mijnheer, zei Siem. We wilde echt niet lachen, probeerde Mo nog maar dat had geen enkel nut. We zullen eens kijken of jullie de komende uren net zoveel plezier hebben als tijdens de les zei mijnheer Peter. Hier hebben jullie een plantenspuit en een paar plamuurmessen. Lokaal 114 word binnenkort opnieuw ingericht als technieklokaal. Al het oude behang moet van de muur af. Jullie gaan niet naar huis voordat al het behang eraf is. En denk erom Simon, niet gaan liggen slapen he, dat is niet netjes tegenover Mo. De klas van mijnheer Peter bulderde van het lachen. Hij voelde zichzelf door de grond zakken. Hij durfde niet de klas in te kijken. Hij pakte de spullen en liep richting de deur. In zijn ooghoek zag hij dat Sarah niet lachte. Dat deed hem goed.
Wat een vervelende treiteraar, zei Mo tegen Siem toen ze naar lokaal 114 liepen. De les overnieuw doen, ok. Strafwerk maken, ok. Maar dit is gewoon kinderarbeid. Waarschijnlijk is deze taak toegewezen aan mijnheer Pretbederver zelf maar heeft hij er gewoon geen zin in. Ik heb er ook geen zin in, zei Siem. Maar misschien doe ik dit wel liever dan strafwerk maken. Deze mening trok hij terug toen hij lokaal 114 inliep. Lokaal 114 was een groot lokaal met een aantal vreemde hoekjes. Ik hoopte hier binnen een uurtje mee klaar te zijn, zei Siem. Misschien als het behang goed loslaat halen we dat prima, zei Mo. Aan de slag dan maar.
Na vijf minuten wisten ze dat het geen snelle klus zou worden. Na een half uur waren ze een beetje opgeschoten maar na het eerste uur was de helft van het lokaal niet klaar. Het plakt als een ziekte, zei Mo. En mijn vingers gaan pijn doen. Ja, dit is inderdaad een verschrikkelijk klusje. Het zweet stond op Siem zijn voorhoofd. Weet je wat, zei Mo! Het is tijd om het wat gezelliger te maken. Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb. Toen pakte hij zijn telefoon, legde hem in het midden van het lokaal en zette een leuk muziekje op. Spotify? Heb je hier WiFi? En Siem keek verbaasd naar Mo. Nee natuurlijk niet. Dit is een iPhone 4. Te oud voor Spotify maar perfect om MP3’s op te luisteren, en hij lachte. Beide gingen ze weer aan de slag. Ja, dit ging lekker. De muziek stond niet hard en was lastig te horen als ze beide aan het schrapen waren maar toch kon je het horen. Die Mo is een beste kerel, dacht Siem. Het is jammer dat…
Net toen hij dat dacht zwaaide de deuren van het lokaal open. Siem zag een wazige vlek in de deuropening staan en hij draaide zich om in de verwachting mijnheer Peter te zien. Hij had verwacht dat ze een veeg uit de pan zouden krijgen omdat mijnheer Peter ondertussen zelf ook wel huiswaarts zou willen gaan en ze nog niet klaar waren. Maar mijnheer Peter stond niet in de deuropening. Hij zag de enige twee gezichten welke hij nog erger vond dan het gezicht van mijnheer Peter. Vincent en Pascal!
Mo en Siem keken elkaar aan. Vincent en Pascal grijnsde. Kijk eens welke losers er behang aan het lospeuteren zijn, zei Vincent. Pascal stond achter hem en maakte een zwaar hinnikend geluid. Beide liepen ze het lokaal in en sloten de deur. Och wat een gezelligheid. Is dat jou telefoon van 1980 Simon? Mo stapte naar voren en zei, nee. Dat is mijn telefoon. Ja dat dacht ik al zei Vincent. Wat een takkeherrie komt eruit zeg. Mo wilde zijn telefoon pakken maar was veel te laat. Hij zette een stap dichterbij maar Vincent had de telefoon al in zijn handen. Wil je hem terug? Ja, zei Mo. Zeg dan maar “mag ik alsjeblieft mijn telefoon terug mijnheer Vincent. Ik ben maar een lelijke, arme stinkkaas”. Mo keek nijdig naar Vincent, maar dat maakte geen indruk. Geef gewoon die telefoon terug groot watje, zei Siem. Pascal liep naar Siem en gaf hem een duw. Mond dicht. Jij komt zo aan de beurt. De duw was niet zo hard maar de boodschap was duidelijk. Mo had helemaal geen zin in een conflict en begon: “mag ik alsjeblieft mijn…”. Nee, zei Siem. Laat je niet kennen Mo. Ze spelen alleen maar spelletjes en als je meespeelt worden ze alleen maar gemener en vervelender. Mo slikte de rest van de zin in. Dus je wilt je telefoon niet terug stinkkaas? Ok. Je mag gaan. Ga het lokaal uit en laat ons even met onze vriend hier. D’r uit. Nu! Zei Pascal. Mo liep richting de deur. Hier heb je die lelijke telefoon van je. Vincent gooide hem naar Mo met een worp die hij onmogelijk kon vangen. De telefoon ketste tegen de muur en viel in 2 stukken op de grond. Mo raapte hem meteen op en zag dat het scherm gebarsten was. Tut tut tut. Hij stinkt en kan ook al niet vangen, zei Vincent. Siem dacht dat hij op dat moment een traan zag in de ogen van Mo. Mo raapte zijn telefoon bij elkaar en liep het lokaal uit. Zo, podiumfreak! Eindelijk zijn we alleen. Een klein vogeltje vertelde me al dat je hier zou zijn. Siem keek naar buiten. Het schoolplein was verlaten. Er liepen nog een aantal leerlingen maar schreeuwen had geen enkele zin. Hij zat gevangen. Voor het eerste hoopte hij dat mijnheer Peter door de deur zou komen en er een einde aan zou maken. Maar mijnheer Peter kwam niet.
Wij hebben nog een appeltje met je te schillen zei Vincent. Ja, zei Pascal toen. Wel een paar appeltjes. Hij vond zichzelf kennelijk erg grappig want daarna hinnikte hij het weer uit. Je bent me een Mars verschuldigd, zei Vincent. En daarnaast stop jij met wegrennen als we je roepen of aankijken. Als ik je vraag om te komen dan kom je. Weet je wat, ik denk dat ik vanaf nu elke dag een lekkernij van je krijg te beginnen met die Mars. Ik wil hem nu! Ja, vulde Pascal hem aan. Kennelijk was Pascal te dom om te beseffen dat hij niet in de deal betrokken werd. Geloof je het zelf zei Siem. Geloof je echt dat ik dat ga doen? Vraag het maar aan je vriendje achter je want van mij krijg je helemaal niets. Siem vond zichzelf ontzettend stoer maar hij wist dat dit niet goed voor hem kon uitpakken. Dan ga ik je nu in elkaar timmeren zei Vincent. En morgen doe ik dat weer en volgende week ook. Dat zullen we blijven herhalen tot je me geeft wat ik wil. Wil je dat soms? Als je echt heel stoer bent dan laat je Pascal erbuiten, zei Siem. Dan zullen we samen eens een potje vechten. Ik ben niet bang voor je Vincent. Volgens mij ben je zelfs zo dom dat je niet eens een fatsoenlijke vuist kun maken. Volgens mij geef jij vrouwentikjes. Pascal hinnikte een keer. Pascal besefte dat hij dat deed alvorens hij het besefte. Vincent keek furieus naar achteren maar zei niks. Geef hem op zijn donder Pascal, commandeerde Vincent hem. Het wordt tijd dat hij krijgt wat hij verdient.
Hier gaan we dan, dacht Siem en hij zette zich schrap. Op dat moment vlogen de deuren open. Ik heb het wel gehoord hoor, zei Mo. Er word hier niemand in elkaar geslagen. Je hebt mijn telefoon gesloopt eikel. Mo liep in volle vaart richting Vincent. Het vuur spoot uit zijn ogen. Hier maak ik mooi even gebruik van dacht Siem en hij trapte Vincent, die net omdraaide naar Mo precies in zijn knieholte. Vincent gilde van de pijn en viel op de grond. Op dat moment pakte Pascal hem vast met een stevige greep om zijn keel. Dat was niet fijn. Meteen merkte Siem dat hij geen lucht meer kreeg. Toen gebeurde de dingen achtereenvolgend als in een droom, langzaam en incompleet. Hij hoorde Pascal “stop” roepen, maar Siem zag in zijn ooghoek dat Mo een flinke vuistslag op het hoofd van Vincent plaatste welke toen volledig op de grond viel. Siem probeerde Pascal te trappen, liet het plamuurmes dat hij nog in zijn handen had vallen om zijn handen vrij te maken. Het enige wat Siem zich van dat moment nog herinnerde was een kreet die door merg en been ging. Hij zag Mo op de grond zakken met zijn handen op zijn been. Het duurde even voordat Pascal besefte wat er gebeurde. Vincent stond op en gooide een bebloed plamuurmes op de grond. Snel holde hij het lokaal uit. Pascal had ondertussen losgelaten en Siem hapte naar lucht. Pascal holde achter Vincent aan het lokaal uit.
Mo? Mohammed? Mo haalde zijn handen van zijn been om te kijken en op het moment dat hij dat deed spoot er een straaltje bloed uit alsof het een fonteintje was. Hij slaakte nog een pijnlijke kreet en deed snel zijn handen weer op de wond. Die eikel heeft me met jou plamuurmes gestoken, zei hij en het bloed kwam nu door zijn handen heen. Snel, zei Siem. We moeten je been afbinden. Siem trok snel zijn T-shirt uit en knoopte het om Mo zijn been. Rustig, zei hij. Ik ga iemand halen.
De eerste die hij op de gang tegenkwam was natuurlijk mijnheer Peter die nu eindelijk eens poolshoogte kwam nemen. Mijnheer Peter zag Siem in paniek aan komen hollen maar vertrok geen spier. Vincent heeft Mo in zijn been gestoken met een plamuurmes. Kom snel. Siem draaide zich weer om en liep terug. Hij had niet het idee dat mijnheer Peter harder was gaan lopen maar hij kwam in ieder geval naar het lokaal toe. Toen Siem terugkwam droop het bloed in kleine straaltjes van Mo zijn been op de grond waar al een plasje begon te ontstaan. Tot mijnheer Peter binnenkwam dacht Siem even een verontruste gelaatsuitdrukking te zien maar die was weer snel van zijn gezicht af. Weet je zeker dat je niet in het plamuurmes gevallen bent Mo? Gelooft u me niet, vroeg Siem boos. Ik heb Vincent de hele dag niet op school gezien. En daarnaast weet niemand dat jullie hier nu zijn toch? En nu ga ik de ambulance bellen want dat been komt niet in mijn auto. Toen liep mijnheer Peter het lokaal uit. Dat geloof je toch niet, zei Siem tegen Mo. Hij gelooft ons niet eens. Komt wel, zei Mo. Het doet zo veel pijn! Siem vergat zijn woede en liep terug naar Mo. Hij hurkte voor hem en vroeg, waarom kwam je nou terug Mo? Waarom ben je terug naar binnen gekomen? Ik laat ze jou toch niet in elkaar slaan. Je bent toch mijn vriend? Siem dacht dat op dat moment zijn hart brak. Ja dacht hij. Nu ben je mijn vriend. Maar hij schaamde zich toen hij zich realiseerde dat hij nog nooit zo over Mo gedacht had. Een half uur geleden was het nog niet zijn vriend. Dankjewel zei Siem. Ik had liever dat ze mij in mijn been gestoken hadden maar dat je terugkwam was ontzettend gaaf. Dankjewel. Mo keek hem aan met een schuin lachje en zei, dat had je niet. Siem lachte terug en ging naast hem zitten. Even later kwam mijnheer Peter terug. De ambulance zal er zo zijn. Als Mo is opgehaald kun je naar huis Simon. We hebben het hier morgen wel over.
En zo geschiedde. Vijf minuten later werd Mo op een brancard in de ambulance gelegd en een kwartiertje later was Siem thuis. Hij plofte in de bank en merkte dat hij pas op dat moment ging nadenken. Hij herhaalde de gebeurtenissen nog een paar keer in zijn gedachten. Tijdens het eten had hij het aan iedereen verteld en iedereen had hem met open mond aangekeken. Een steekpartij met een plamuurmes. Iewww, zei Jasmijn. Dat is zo goor. Lars vroeg of hij niet bang was geweest waarop Siem eerlijk antwoorde dat hij best bang was geweest toen het 1 tegen 2 was maar dat hij heel stoer gebleven was en dat de angst volledig verdwenen was toen Mo weer naar binnenkwam. Mo heeft me in feite gewoon gered. Wie weet wat er anders gebeurt was in dat klaslokaal. Misschien had ik wel een plamuurmes in mijn been gehad, zei Siem. Of in je hoofd, zei Lars die dacht dat hij grappig was maar besefte dat hij eigenlijk helemaal niet zo grappig was toen niemand erom lachte. Zijn vader en moeder waren opvallend stil gebleven tot het moment dat zijn moeder zei dat het helemaal nergens op sloeg. Er is een steekpartij geweest en ze hebben je gewoon naar huis gestuurd. Ze hebben mij en je vader niet op de hoogte gesteld en het ergste is nog dat ze helemaal geen politie hebben gebeld. Dit slaat echt alles, zei zijn moeder. Ik ga nu de politie bellen, zijn ze nou helemaal betoeterd! Rustig nou maar zei zijn vader. Ik weet zeker dat hier protocollen voor zijn toch? Morgen zullen ze Simon ondervragen en ze zijn nu waarschijnlijk al Mo aan het ondervragen. In het ziekenhuis moeten ze toch altijd bij het vermoeden van een steek- of schietpartij de politie op de hoogte brengen? De politie zal er al wel druk mee bezig zijn. Dat stelde zijn moeder wat gerust. O.k. dan, zei ze. Laten we even kijken wat er morgen mee gedaan wordt. Maar als er morgen niets mee gedaan wordt dan ga ik morgenmiddag naar school. Dan ga ik met je mee, zei zijn vader. Hoe gaat het met jou Siem? Heb jij nog ergens pijn, vroeg zijn zus. Toen realiseerde Siem zich dat iedereen zich inderdaad erg druk had gemaakt om het voorval maar dat er eigenlijk nog niemand naar hem had gevraagd. Valt wel mee hoor, zei hij tegen haar. Mijn nek zal nog wel een paar dagen zeer doen maar verder heb ik nergens last van.
Het voorval had diepe indruk op hem gemaakt en die avond bleef hij er maar aan denken. Wat zou Vincent op dit moment aan het doen zijn. Zou hij geschrokken zijn? Misschien is hij wel aan het opscheppen tegen zijn vrienden. Of misschien heeft Mo de politie al bijgepraat en word hij nu meegenomen naar het bureau? Om zijn gedachten tot rust te laten komen besloot hij zelf later die avond een film te kijken. Het was een oudere film die voor de zoveelste keer in de herhaling kwam “The Truman Show” met Jim Carrey. Daarna ging hij weer naar bed maar om 11:40, toen hij zijn ouders naar bed hoorde gaan lag hij nog klaarwakker. Dit schiet niet op, dacht hij. Zo ga ik niet in slaap vallen. Zal ik gaan lezen? Van lezen worden je ogen moe. Ik kan ook even gaan leren. Dat was een goed idee. Maar vijf minuten later zat hij achter zijn computerscherm. De laadschermen van Call of Duty scrolde voorbij en hij was klaar om een paar headshots te gaan maken. Toen hoorde hij weer die opvallend harde klik en vervolgens sloot de game zich af. Wat is dit nou alweer, hoorde Siem zich hardop zeggen. Hij drukte weer op het Call of Duty icoontje maar tevergeefs. In plaats daarvan opende zich de browser. Niet Google Chrome, zijn normale browser. Maar Tor, de browser die hij op verzoek van Pepijn geïnstalleerd had om zo op die website te komen. Hoe noemde Pepijn het? Iets met dark. Darkweb? Darknet, Darksite? Geen idee. Siem had het nog niet bedacht of hij hoorde zachtjes het geluid van een draaiorgel. Het scherm was nog zwart maar het geluid was duidelijk hoorbaar. Het klonk als een draaiorgel maar toch ook weer niet. De ondertoon was zwaar en duister. Zo zou een draaiorgel klinken op een kerkhof, dacht hij. Waarom was hem dit geluid de vorige keer niet opgevallen. Had zijn volume misschien laag gestaan? Daar kwamen die akelige witte letters weer tevoorschijn. Welkom in De Duistere Carrousel! Maar in plaats van “laat je draaien” stond er nu iets anders. Er stond “de rit is nog niet geëindigd, handen binnenboord s.v.p.”. Dit gaf hem onbewust een onbehagelijk gevoel.
Het chatvenster kwam weer naar voren. Hoe is het Siem, typte Rinno. Ben je al door je Diazepam heen? Ja, loog Siem. Die is op. Toen bleef het even stil. Siem had verwacht dat de volgende vraag een logische was, namelijk of hij een nieuw recept wilde bestellen. Maar dat was niet wat er vervolgens in beeld kwam. Rinno schreef, wat er vandaag gebeurt is was niet de bedoeling. Het was de bedoeling om je bang te maken en je werkzaamheden te vertragen. Ik mag dit eigenlijk niet tegen je vertellen maar wat er vandaag gebeurt is was niet de opdracht. Weet dat ik dit serieus neem. Hoe weet jij wat er gebeurt is, schreef Siem. Het geluid van de orgel stopte abrupt toen de browser zich weer sloot. Daar waren de laadschermen van Call of Duty weer, alsof er helemaal niks gebeurt was.
Even dacht Siem dat hij gek aan het worden was. Was dit zojuist echt gebeurt? Ja, dat wist hij zeker. Zijn handen trilde en hij had helemaal geen zin meer in Call of Duty. Hoe kon Rinno hem zo benaderen. Kon Rinno in zijn computer? Had hij misschien een virus of malware erop gezet? Dat moest wel toch. Laatst sprong zijn computer toch ook automatisch aan. Dit kon geen toeval zijn. Snel scande Siem zijn computer met 3 verschillende anti-virus applicaties en tot zijn schik en opluchting vonden deze inderdaad diverse kwaadaardige bestanden welke ook netjes opgeschoond werden. Ondertussen was het 00:45 en Siem schakelde enigszins gerust de computer uit. Nu kan Rinno mooi niet meer in mijn computer, dacht hij. Hij kroop zijn bed in en het duurde nog een dik half uur alvorens hij sliep.