De Klik – Hoofdstuk 2 & 3
-2-
De klok boven de keukentafel sloeg 18:15 op deze winderige en donkere novemberavond aan de Tolhuislaan 64 in Etten-Leur. Rutger zat met zijn gedachte in een boek (The Miracle Morning van Hal Elrod) toen hij in de verte een dreun hoorde. Hij herkende deze dreun. Deze dreun was afkomstig van de poort die net een tikkeltje te hard dichtsloeg. Deze dreun betekende ook dat hij de tijd vergeten was. Emma, zijn vrouw zou rond 18:00 thuiskomen en hij zou ervoor zorgen dat er gekookt was. Op die manier kon iedereen meteen aan tafel. Rutger zelf was toch op tijd thuisgekomen. Nog voor 16:00 had hij zijn auto op de oprijlaan geparkeerd en was hij eerst lekker onder de douche gegaan. Jasmijn en Siem waren niet thuis en Lars was spelen bij een vriendje 2 straten verderop. Zelf was hij vanochtend om 7:00 begonnen. Rutger werkte als advocaat met specialisatie arbeidsrecht bij Kessels advocaten. Hij werkte hier al 6 jaar. Daarvoor werkte hij bij Kepelhout & Ko te Rotterdam maar toen hij aan de slag kon in Etten-Leur tegen een nog beter salaris had hij deze kans met beide handen aangegrepen. Door het wegvallen van de reistijd en de flexibele uren was hij soms al lekker op tijd klaar. Daar stond tegenover dat er ook soms weken van 60 of 70 uur gemaakt moesten worden, maar dat soort weken waren jaarlijks op 1 hand te tellen.
Je zou toch zorgen dat het eten klaarstond, zei Emma met vragende stem. Ze stond kletsnat op de keukenmat en zag meteen dat er geen pannen op het fornuis stonden. Sorry, zei Rutger. Ik was begonnen aan dat boek dat ik al sinds afgelopen zomer wilde lezen en ik vrees dat ik de tijd vergeten was. Dat geeft niet zei ze. Lees lekker verder ik ga zo snel koken. Emma was een lieve vrouw, dat was ze altijd geweest. Hij was gevallen op zowel haar uiterlijk als haar karakter en na 20 getrouwde jaren dacht hij er nog net zo over. Natuurlijk was ze door de jaren wat gaan tekenen. Ze had wat kraaienpootjes om haar ogen gekregen en haar haar krulde niet meer zoals vroeger. Maar dit alles maakte haar misschien alleen maar mooier. Vaak, toen hij jonger was en redelijk op weg was om een succesvol advocaat te worden had hij toenaderingen gehad van jongere vrouwen. Hij was blij dat hij bijna altijd de verleiding had weerstaan. Er was die ene keer, in de zomer van 2012 op dat terras in Portugal. Maar dat had hij verdrongen. Hij was dronken geweest en hun relatie was op dat moment in het slob geraakt. Ze waren dolgelukkig met de 3 kinderen die hun geschonken waren. De jongste was 2 en hun leven was op dat moment zwaar en onoverzichtelijk. Dat was een misverstand. Een dom misverstand.
Weet je wat, zei hij. Laten we vanavond lekker Chinees gaan halen. Dat leek haar een goed idee. Lars eet bij Milo zei Rutger. Zijn moeder appte daarstraks of we dat goedvinden. Ze aten erwtensoep met pannenkoeken dus ik heb gezegd dat dat geen probleem is. Jasmijn is daarstraks ook even thuisgekomen maar heeft snel een Cup-a-Soup gemaakt en is weer naar haar hockeytraining gefietst. En Simon, vroeg Emma? Simon is thuisgekomen toen ik in de douche zat. Hij is naar zijn kamer gegaan en ik heb hem niet meer gehoord of gezien. Ga jij even vragen wat hij wilt eten?
Siem hoorde helemaal niets. Hij zat met zijn hoofdtelefoon op achter zijn PC en speelde Call of Duty. Toen zijn moeder hem op zijn schouder tikte schrok hij en hij keek verschrikt om. Snel zette hij zijn hoofdtelefoon af en stond op. Hoi mam, zei hij en hij omhelsde haar. Hoi schat, zei ze terug. Hoe is het? Gaat wel, zei hij. Ze vroeg of hij al honger had. Het is bijna half zeven. We wilde vanavond iets bij de Chinees gaan halen. Wat lust je? Ik heb eigenlijk niet zo’n honger mam. Weet je wat, zei ze. Ik neem zo’n loempia voor je mee die je altijd zo lekker vindt, zo’n grote! Hij zag dat de kleren van zijn moeder helemaal nat waren. Ok, zei Siem. Maar ik ga het halen. Ga jij eerst maar eens droge kleren aantrekken. Dat is lief van je, zei ze. Hier heb je 50 euro. Haal je voor ons een portie nasi en 2 porties saté? Komt voor elkaar!
Ze gaf hem nog een kus! Kijk goed uit op straat. Het is nu droog maar het waait ontzettend hard. Hij knikte instemmend en gaf haar een kus terug. Doei!
Siem trok zijn dikke winterjas aan en liep naar de garage, pakte zijn fiets en liep naar de oprijlaan. Daar stapte hij op zijn fiets en hij reed de donkere avond tegemoet. Hij voelde de wind aan zijn stuur trekken alsof het wilde zeggen “blijf vanavond thuis Siem”. Maar dat kon niet. Beloofd is beloofd. De chinees is dichtbij. Door de Rochussenlaan, over de Markt en vervolgens nog een klein stukje Spoorlaan. Hij stond binnen 4 minuten binnen. Hier was het weer lekker warm. Hij ritste zijn jas open en liep naar de balie waar een vriendelijke, in Mandarijns geklede dame (hij wist niet of ze echt Chinees was) hem begroette. Nadat Siem besteld en betaald had nam hij plaats op de lange banken bij het raam.
Hij was helemaal alleen. Het was een doordeweekse avond en het was slecht weer maar het was toch raar om helemaal alleen in een restaurant te zijn. Het leek alsof al die mensen speciaal voor hem aanwezig waren. De koks, de serveerster die nu achter tafels aan het poetsen was en het baliemeisje. Wat zouden ze gedaan hebben als ik niet gekomen was? Moeten ze nu de kookplaat opwarmen omdat ik binnen ben gekomen? Misschien stond hij nog wel helemaal uit en waren ze televisie aan het kijken? Hij keek naar het baliemeisje en ze lachte naar hem. Wat een weertje he, zei ze! Ja, zei Siem. Gelukkig is het droog want ik ben op de fiets. Dan heb je geluk dat het rustig is en dat je bestelling zo klaar is want ze voorspellen nog meer slecht weer. Terwijl ze dat zei klonk er een belletje en het luikje achter de balie schoof open. Daar was zijn bestelling. Zal ik het in een tasje doen? Vroeg ze. Graag, zei Siem. Laat het je smaken en zorg dat je tussen de druppels doorfietst. Ze gaf hem een knipoog en hij lachte. Tot ziens.
Ze had gelijk gehad. Hij zat nog maar net op zijn fiets en hij voelde de eerste druppels al in zijn nek. De warmte die uit de plastiek tas kwam was heerlijk maar het leek wel alsof het nog harder was gaan waaien. Snel naar huis. Maar ook daar was de wind het niet mee eens. Siem moest nu echt hard trappen om vooruit te komen. Hij moest denken aan de knipoog van het baliemeisje. Rij maar tussen de druppels door had ze gezegd. Ze had mooie donkere ogen. Toen hij dat dacht leken alle gedachtes in zijn hoofd weggedrukt te worden. Er was nu nog maar plaats voor 1 gedachte, het meisje met de mooie ogen uit de klas van mijnheer Peter. Ze had daar in het publiek gezeten en ze had alles gezien. Ze had zijn moves geobserveerd en ze had hem van top tot teen bekeken. Ze had gezien hoe hij uit de maat raakte en hoe hij met een doffe klap op de houten podiumvloer was gevallen. Wat zal ze gedacht hebben? Wat zouden alle leerlingen wel niet gedacht hebben? Pas toen iemand vanuit de zaal riep “hij is dood” was de muziek stopgezet en werd het licht aangedaan. Hij werd door elkaar geschud door Pepijn en Gert-Jan en Fenna riepen zijn naam. Pas toen zijn klassendocent, mijnheer Job hem beetpakte en zijn helm aftrok kwam hij weer bij. Alsof hij wakker werd uit een hele vaste droom. De schaduwen en zwarte vlekken die hij zag vervaagde pas toen hij terug in de kleedruimte zat. Hij had gezegd dat het wel ging maar dat had niemand zomaar aangenomen. Om hem heen stonden leerlingen, leraren en leraressen. De meeste kende hij niet eens. Hij had zijn nek gemasseerd en gezegd dat hij zich in de ochtend al niet goed voelde en dat de warmte in het pak hem waarschijnlijk teveel geworden was. Toen werd hij meegenomen naar het klasselokaal. Pas toen hij een paar bekertjes water ophad en mijnheer Job ervan overtuigd had dat het weer ging en dat hij graag thuis in bed wilde gaan liggen had hij mogen gaan. Gert-Jan, Fenna maar vooral Pepijn wilde graag weten wat er nu gebeurt was. Nu niet, had hij gezegd. Hij wilde maar één ding en dat was om naar huis te gaan. Hij was op zijn fiets gesprongen en had ze gezegd dat hij het morgen zou vertellen. En toen was hij hard weggereden. Hij schaamde zichzelf. Wel duizend maal had de zin “Angsthaas, jij zielige stomme angsthaas” zich in zijn gedachte afgespeeld. Natuurlijk hield hij niet van al dat publieke vertoon maar waarom raakte hij zo van de kaart door de aanblik van die mooie ogen. Omdat je een angsthaas bent, hoorde hij dat stemmetje in zijn gedachte weer zeggen. Omdat je verliefd bent op een meisje dat je nooit kunt krijgen omdat ze niet op angsthazen valt!
Hij realiseerde zich niet dat hij alweer bijna thuis was. In gedachte was hij zo boos geweest dat hij niets van de wind of de regenspetters gemerkt had. Hij gaf nog een paar flinke zwiepen aan de trappers en reed toen de oprijlaan op. Hij zette zijn fiets in de garage en liep naar binnen.
Ze aten gezellig met zijn drieën, iets dat niet zo vaak voorkwam. Hij vertelde zijn ouders niets over het voorval op school. Toen ze vroegen hoe zijn optreden was gegaan had hij alleen maar gezegd dat het beter had kunnen gaan maar dat het goed genoeg was. Normaliter zouden ze met zo’n antwoord geen genoegen nemen maar vanavond kwam hij er wonder boven wonder mee weg. Na het eten ging hij naar boven. Hij besloot vroeg zijn pyjama aan te trekken. Siem vond het heerlijk om de hele avond in zijn pyjama te lopen. In de winter droeg hij over zijn pyjama ook nog een warme kamerjas. Daarna ging hij verder met zijn game. Eigenlijk moest hij nog wat wiskunde huiswerk maken maar daar gaf hij vanavond helemaal niets om. Het was net iets over tienen toen hij besloot om naar bed te gaan. Dan ben ik morgen fit genoeg om alles uit te leggen op school, dacht hij. Hij liep de kamer uit om zijn tanden te gaan poetsen. Daarna gaf hij zijn vader en moeder een kus. Beide zaten beneden TV te kijken. Binnen 5 minuten was hij weer boven en lag hij in bed. Hij tuurde de duisternis in en herhaalde het hele schouwspel nogmaals. Nog eenmaal hoorde hij het stemmetje “angstige angsthaas” roepen en toen viel hij in slaap. Hij sliep door tot de wekker ging.
-3-
Siem hoorde de wekker pas de 3e keer. Hij rekte zich uit en besefte hoe heerlijk hij geslapen had. Hij voelde zich uitgerust. Buiten hoorde hij dat de wind nog steeds om het huis heen huilde. Zachter dan de avond ervoor maar toch nog duidelijk aanwezig. Alles wat er gisteren gebeurt was leek ver weg. Alsof hij wakker geworden was in een ander lichaam, of in hetzelfde lichaam maar dan 10 jaar later. Hij kleedde zich aan, poetste zijn tanden en ging naar beneden waar zijn moeder druk bezig was met zijn ontbijt. Zijn vader was al weg, zijn zus lag nog op bed en zijn broertje zat voor de televisie een paar crackers weg te werken. Wil je een boterham of een eierkoek vroeg zijn moeder? Siem had honger en koos voor de eierkoek. Deze at hij op aan de keukentafel waar hij minder last had van de tv geluiden. Hij maakte nog snel het rekenwerk van voorgaande avond. Zie je wel! Dit wordt een top dag. Hij begint al goed! Toen hij zijn spullen in de vaatwasser gezet had en zijn tas had ingepakt ging de bel. Dat was Pepijn. Pepijn en hij fietste altijd samen naar school. Pepijn woonde in de Wildbaan en dus kon hij gemakkelijk langst Siem rijden. Snel pakte Siem zijn broodtrommeltje van het aanrecht, gaf zijn moeder een kus en riep doei tegen zijn broertje. Hij pakte zijn fiets en begroette Pepijn.
Pepijn keek hem fronsend aan. Hoe voel je jezelf, vroeg hij? Goed! Antwoorde Siem zonder het antwoord te overdrijven. Goed, vroeg Pepijn hem vragend? Gisteren ging het anders een stuk minder goed. Beide fietste de oprijlaan af en staken het hofje over. Gisteren is lang geleden zei Siem die oprecht vrolijk was. Pepijn stopte op de hoek van het gazon, zijn gezicht stond ernstig. Siem keek vragend achterom en stopte ook. Ben je moe? Het waait vervelend hard. Nee dat is het niet zei Pepijn. Ik wil dat je me nu eerlijk verteld wat er gebeurde. Je hebt iedereen enorm laten schrikken joh! Ik weet het. En Siem dacht terug aan het pijnlijke optreden. We gingen echt lekker zei Pepijn. Ik was bang zei Siem. Toch podiumvrees denk ik. Maar ook jij ging lekker zei Pepijn. We waren al bijna halverwege. Ja he. Het ging zo lekker. Maar dat pak was ontzettend warm en opeens ging alles draaien. Voor ik het wist ging ik uit de maat en lag ik op de grond. Ik weet niet wat me overkwam. Dat hij in zijn verhaal een belangrijk detail opzettelijk vergat had Pepijn niet door. Podiumvrees dus… Jeetje man, er waren kinderen die riepen dat je dood was. De hele school had het erover en ik vermoed dat dat vandaag niet anders gaat zijn. Ze doen maar zei Siem. Ik ben geen podiumheld. Gelukkig telde het optreden niet mee voor een punt. Kom laten we gaan. Beide sprongen op de fiets en reden naar school.
De eerste die hem opwachtte toen hij zijn fiets in de fietsenstalling had geplaatst was Mo. Mo zat ook bij hem in de klas. Iedereen dacht dat Mo een afkorting was van Mohammed maar dat was niet waar. Mo was gewoon Mo. Zoals de naam al doet vermoeden is Mo van Marokkaanse afkomst. Mo is een wat kleinere jongen met een dik buikje. Hij heeft een brede neus een volle bos met zwarte haren die golvend over zijn gezicht liggen. Mo was een aardige jongen die niet makkelijk aansluiting kreeg bij de rest van de groep. Misschien vanwege zijn afkomst, zijn uiterlijk of zijn geur. Mo droeg namelijk een licht penetrante lichaamsgeur met zich mee. Siem dacht dat het kwam vanwege zijn dieet. Sommige kinderen noemde hem soms gekscherend “Mo de Po” of “Bolle Braadworst”. Siem en Pepijn hadden met hem te doen en deden daarom gewoon normaal en vriendelijk tegen Mo.
What’s Up? Zei Mo terwijl hij naar Siem keek. Gisteren niet zo goed, zei Siem, die het pijnlijke onderwerp meteen besproken en klaar wilde hebben. Podiumvrees denk ik. Voor ik het wist was het licht uit en het nummer voorbij. Mo moest lachen. We schrokken ons helemaal dood. Je ging hard neer zeg. Ja, antwoorde Siem die een kleurtje kreeg. Heb je geen pijn ofzo, vroeg Mo? Nee helemaal niets zei Siem. Ik ben gelukkig goed terecht gekomen. Zullen we naar binnen lopen, we staan aardig op de trek.
Daar ging de zoemer. Snel rende Siem, Pepijn en Mo naar hun kluisjes en legde hun spullen erin. Het gros zat al in de klas toen ze met zijn drieën aankwamen bij klas 3.14. De eerste les op deze vrijdag was biologie van zijn eigen klassendocent mijnheer Job. Mijnheer Job was een aardige en rechtvaardige leraar. Siem had soms het idee dat hij het lastig vindt om zijn klas onder controle te houden maar toch slaagde hij daar meestal prima in. Mijnheer Job is een stevige leraar. Zijn dikke buik zat ook vandaag verstopt achter een witte blouse en zijn beige broek werd omhoog gehouden met blauwe bretels. Hij keek Siem goedkeurend aan en was kennelijk blij om hem weer gezond terug te zien. Waarschijnlijk had hij verwacht een telefoontje te krijgen van Siem zijn moeder om te vertellen dat hij vandaag ziek was. Hier ben ik, goedemorgen, zei Siem vrolijk. Ga maar snel zitten jongens, zei mijnheer Job. Ze gingen zitten. Siem zat aan zijn vaste tafel aan de muurkant. Pepijn zat naast hem en Mo zat helemaal aan de andere kant van de klas, bij het raam. Siem legde zijn spullen op tafel en ging zitten. Pas toen besefte hij dat er wel 20 ogen op hem gericht waren. Smoezende geluiden circuleerde door de klas. Siem kom niet verstaan wat er gezegd werd maar sommige woorden waren luid en duidelijk. Natuurlijk was de roddelmachine al in volle gang bezig geweest om een verhaal en een verklaring te vinden bij zijn ongelukkig stunt.
Stilte, zei mijnheer Job. De les gaat beginnen en iedereen kijkt nu naar mij en naar het schoolbord. Jullie zullen vast willen weten wat er met Simon gebeurt is gisteren maar als de tijd daar is zal hij jullie dat zeker vertellen. Belangrijk is dat er niks ernstigs gebeurt is en dat hij vandaag weer naar school is gekomen en in de klas zit. Siem stak zijn vinger op. Mag ik het vertellen mijnheer? Dan weet iedereen het meteen. Mijnheer Job had hier geen problemen mee. Ok dan, ga je gang Simon.
Siem stond op en zei, ik weet dat ik jullie gisteren heb laten schrikken. “Niemand schrok hoor, we hadden niet anders van je verwacht” riep Dirk vanuit achteren. De helft van de klas moest lachten en langzaam kwam er een bekende en volledig vergeten stem terug in zijn gedachte. Zie je wel, niemand mist je. Je bent een angsthaas. Kijk maar, je bent je tekst alweer kwijt. En nu, ga je nu flauwvallen? Val dan! Toen greep mijnheer Job in. Dirk, na de les kom je bij mij! Iedereen stil. Vertel vooral verder Simon. Maar Siem wist niet meer wat hij zo zorgvuldig had voorbereid in zijn gedachte. Wat was ook alweer de tekst. Hij vervolgde: och, het was niks. Die pakken waren zo warm, zeker met de spotlights erop. Voor ik het wist ging ik uit de maat en viel ik flauw. Gelukkig ben ik niet gewond en deed wat frisse lucht wonderen. Sorry. Prima zei mijnheer Job. Ga maar weer zitten. Fenna keek nog even bezorgd naar hem en keek toen weer naar mijnheer Job die snel zijn blouse terug in zijn broek stopte. De rest van de les verliep rustig alsof iedereen genoegen nam met zijn uitleg.
Na biologie kwam zijn favoriete les “informatica”. Ook deze les verliep rustig. Nadat de les afgelopen was hadden ze 15 minuten pauze. Snel rende Siem naar zijn kluisje en legde zijn boeken erin. Hij haalde een Euro uit zijn broekzak en liep naar de snoepautomaat in de grote kantine voor zijn favoriete vrijdagsnack. Een “Kanjer” stroopwafel. 1 pakje met 2 wafels, een goede deal vond hij zelf. Hij deed de Euro in de automaat en wilde net het nummer 54 intoetsen, het magische nummer waardoor de schroef op positie 54 zou gaan draaien tot de Kanjer in het bakje zou vallen. Op dat moment kwamen er 2 jongens aanlopen vanuit een hogere groep. Ze leken ouder dan Siem en hij had ze nog nooit gezien. Is dat hem, vroeg de een aan de ander. Ja echt wel lachte hij terug. Ik heb je gisteren wel gezien, zei de eerste. Deze jongen was lang en droeg losse kleren. Zijn blonde haren waren halflang en hij had een gemeen lachje vond Siem. De andere was een kop kleiner, had rood haar en veel sproeten in zijn gezicht. Hij zag er onverzorgd uit en Siem wist meteen dat ze uit waren op een conflict. Ja, zei Siem. Knap van je. De halve school heeft het gezien dus zo knap is dat niet. Kijk, kijk. Nu heeft hij meer praatjes dan gisteren zei de rooie. Ik lust wel een Mars zei hij en hij drukte snel op de nummers 3 en 1. De schroef op positie 31 kwam in beweging en gooide een Mars in de bak. Snel griste Siem de Mars uit de bak en begon weg te lopen. Lekker, daar had ik inderdaad zin in, loog hij. Beide jongens kwamen hem achterna. Kom terug podiumfreak, hier met die Mars. Het is mijn Mars hoor, zei Siem. Het was ook mijn geld. Snel haalde hij de Mars uit het papiertje en nam er een hap van. Nu zouden ze hem zeker niet meer afpakken. Jij vieze smeerlap zei de lange. Hier komen jij, dan zullen we je de grond nog eens laten zien, daar lig je toch zo graag! Daar waren de grote klapdeuren. Snel liep Siem naar buiten richting Pepijn die samen met Gert-Jan voor het fietsenhok stond te kletsen. De 2 jongens liepen nu sneller. Het schoolplein leek wel een stuk langer dan gebruikelijk. Siem voelde ogen in zijn rug. Misschien van die jongens en misschien wel van het hele schoolplein.
Eindelijk was hij bij Pepijn en Gert-Jan. Die gasten willen mijn Mars afpakken zei hij. Pepijn en Gert-Jan keken beide naar de 2 jongens die op dat moment afsloegen en wegliepen. Nu draaien ze om, zei Siem. Ik zweer het. Ze lachte me uit en wilde mijn snoep stelen. Owja, en ze noemde me “podiumfreak” ofzo. Domme jongens zei Gert-Jan. Ken je ze dan vroeg Pepijn? Nee, ze zijn duidelijk uit een hogere groep en zo te zien hebben ze niet veel vrienden en ogen ze niet bijster intelligent lachte Gert-Jan. Op dat moment keek Siem over het schoolplein. Misschien dacht hij het maar, maar toch leek het alsof iedereen hem aankeek. Heeft iedereen het gezien ofzo, zei Siem toen. Verdorie. Zo bijzonder is dat toch niet. Er zijn zoveel mensen met podiumvrees. Op dat moment liep een groepje meiden giechelend voorbij. Maar flauwvallen is net een stapje verder zei Pepijn. Dat gebeurt niet zo vaak en daarom zal er nog wel even over gesproken worden vrees ik. De twee jongens waren volledig uit het zicht alsof ze niet meer bestonden. Maar hoe zit dat dan met jou vroeg Siem aan Pepijn. Jij was vorig jaar nog te bang om voor de klas je spreekbeurt te geven en nu vertelde je me dat je niet eens zenuwachtig was. Hoe kan dat? Op dat moment keek Pepijn weg. Dat weet ik niet zei Pepijn. Ik denk dat ik mezelf gewoon niet meer zo druk maak. Pepijn kreeg een klein lachje rond zijn lippen. Gert-Jan zal niks gemerkt hebben maar Siem wist wel beter. Pepijn loog tegen hem. Er was iets dat hij niet wilde vertellen. Net toen Siem verder wilde vragen ging de zoemer. Het was tijd voor de gymles, of zoals ze dat tegenwoordig noemde “lichamelijke oefening”. Na de lichamelijke oefening volgde de pauze met daarna een dubbel lesuur wiskunde van mijnheer Marcel van het Hart. Daarna had hij eindelijk weekeind. Deze pauze en de wiskunde les verliepen rustig. Siem had goede hoop dat het hele gebeuren na het weekeind vergeten zou zijn.
Dat weekeind ging de wind minder waaien en hadden ze een paar mooie herfstdagen. Siem vulde zijn dagen voornamelijk met gamen, internetten, muziek luisteren en films kijken. Het was een lui weekeind waarin hij besefte dat hij binnenkort wilde gaan stappen en dat het tijd werd voor een bijbaan. Beide dingen had hij nog nooit gedaan maar plots had hij er wel behoefte aan. Misschien dat hij binnenkort ook weer wel ging sporten. Hij was 3 jaar geleden gestopt met zaalvoetbal omdat Pepijn er ook mee stopte. Siem had er nog wel een tijdje mee door willen gaan maar Pepijn had het na 6 jaar wel gezien. Basketbal leek hem ook leuk maar hij was niet zo lang. Misschien binnenkort maar eens een proeflesje proberen dacht hij. Op zondag dacht hij al bijna niet meer aan het voorval en al helemaal niet meer aan de twee jongens. Waar hij nog wel een aantal keer aan dacht was het meisje en dan vooral haar ogen. Er was iets met haar ogen dat hem fascineerde. Was het de kleur, of de vorm of gewoon het geheel van haar mooie gezichtje met de levenslustige blauwe ogen. Ogen die energie uitstraalde. Ogen die zijn hart doorboorde met kriebels. Misschien zou hij haar maandag weer zien. Het weekeind ging snel…