De Klik – Hoofdstuk 12
-12-
Weet je wat ik gedaan heb, vroeg Pepijn op maandagochtend tijdens de pauze aan Siem. Ik heb alles tegen Rinno verteld. Je hebt wat? Zei Siem. Ik heb Rinno verteld wat we gezien hebben bij mijnheer Job. Ik moest iets doen Siem. De politie gaat niets vinden en dit moet stoppen. Klopt, zei Siem. Maar om dit te vertellen op de website waar alle problemen mee begonnen zijn dat lijkt me geen handige move. Kijk, zei Pepijn. Hij deed zijn rugzak open en in zijn rugzak zat een pistool. Wat? Waarom? Hoe komt die in je rugzak zei Siem. Ik heb de opdracht gekregen om mijnheer Job te stoppen zei Pepijn. Nee maat. Nee nee. Dit ga je niet doen. Je bent geen moordenaar. Dit is niet jou taak. Als ze hem zo graag willen laten verdwijnen moeten ze dat zelf maar doen. Maar ik wil het doen zei Pepijn! Ik wil degene zijn die hem stopt! Welke pillen slik jij? Dit ben jij niet Pepijn! Jij bent intelligent, veel intelligenter dan ik. Gooi dat nou niet weg. Je komt niet weg met moord. Ze stoppen je jaren in een cel en dan kun je je toekomst wel gedag zeggen. Ik moet het doen zei Pepijn en ik vind het niet erg. In ruil daarvoor krijg ik iets anders. In ruil daarvoor krijg ik veel centjes en hebben ze beloofd om ons voortaan met rust te laten. Daarnaast zal ik de rest van mijn leven slecht slapen als ik weet dat hij nog rondloopt. Iemand moet het doen. Misbruik wordt niet getolereerd. Ik heb er goed over nagedacht Siem. In de Duistere Carrousel draaien we samen, lachte hij en toen ritste hij zijn rugzak weer dicht. Maar ben niet ongerust. Ik wacht mijn tijd zorgvuldig af. Je zult wel zien. Ik kom er wel mee weg.
Siem probeerde elke dag opnieuw om Pepijn te overtuigen het niet te doen. Hij probeerde te zeggen hoe fout het was. Soms leek Pepijn te twijfelen maar zijn woorden bleven overtuigend. Op woensdagavond besloot Siem om zelf zijn computer aan te zetten en om nog eenmaal naar de Duistere Carrousel te gaan. Hij startte de Tor browser en ging naar de URL. “404 Not Found”. Siem controleerde de URL nog een keer. Hij wist zeker dat hij het juiste adres gebruikte. Hij begon nogmaals opnieuw, drukte op enter en wederom dezelfde melding. Een uurtje later probeerde hij het nogmaals maar de website bleef uit de lucht. Zelfs op donderdag was het onmogelijk om contact te krijgen met Rinno. Het leek wel alsof zijn leven langzaam aan het instorten was. Als een kaartenhuis waar de wind onder slaat. Elke nacht ging hij slapen met Diazepam en hij betrapte zichzelf erop vaak overdag ook een pilletje te nemen. Vrijdagochtend confronteerde hij Pepijn met het feit dat de website uit de lucht was. De Duistere Carrousel bestaat niet meer zei Siem. Pepijn was verbaasd geweest en zei dat hij het later die dag zelf ook nog eens zou proberen. Siem wist dat dit misschien voldoende was om Pepijn zijn moordplannen te laten stoppen. Als de website verdwenen is dan is de grip van Rinno ook verdwenen, dacht Siem.
De lessen op school voelde als vage dromen. Hij kon zich aan het einde van de dag nauwelijks herinneren welke lessen hij gehad had, laat staan wat er allemaal verteld was.
Het eerste heldere moment dat Siem zich weer kon herinneren was ’s avonds voor de spiegel. Daar stond hij dan in zijn nette pak. Zijn moeder zei dat het hem goed stond. Samen hadden ze de strik om zijn hals geknoopt. Je bent een echter heer, zei zijn moeder. Toen klopte ze hem op zijn schouders en liep naar zijn zus die ook bezig was om zich klaar te maken voor het kerstbal. Waarom zag hij er zo netjes uit. O ja, natuurlijk. Vanavond is het kerstbal. De laatste activiteit voordat hij eindelijk 2 weken vakantie had. 2 Weken helemaal niks. Gewoon gezellig met zijn familie kerstmis vieren. Geen Duistere Carrousel, geen school en bovenal geen krankzinnig gestoorde leraren. Even niks. Uiteraard zou hij na vanavond stoppen met de Diazepam. Hij moest wel. Er waren nog maar 2 tabletjes. Nog eentje voor ik zo wegga, dacht hij. Ik moet rustig worden. Ik mag niet zenuwachtig naar een feest, dat zou de sfeer meteen bederven. Hij keek weer naar zichzelf in de spiegel. Hij zag er echt sjiek uit. Dit pak hing al bijna een half jaar in de kast. Hij herinnerde zichzelf dat hij in de zomervakantie samen met zijn moeder, Jasmijn en Lars naar Breda was gegaan en dat ze unaniem gekozen hadden voor dit pak. Het was ook een mooi pak. Zwarte pantalon, zwarte colbert en een witte blouse. Over de blouse droeg hij een blauw/paarse gilet. Uiteraard waren zijn strik en het zakdoekje welke uit zijn borstzak stak van dezelfde kleur. Hij moest alleen zijn zwarte balschoenen nog aan, gel in zijn haar en hij was klaar. Hij keek naar zichzelf, hij zag zichzelf maar het voelde alsof hij naar een ander keek. Had niemand door wat hij allemaal doorgemaakt had de laatste maanden? Merkte niemand dat hij zelf langzaam meer zeker de kracht aan het verliezen was. Beneden hoorde hij Lars spelen met de kerstman welke in een hoek van de kamer stond. Door op een knopje te drukken zwaaide de kerstman met zijn armen waardoor zijn bel geluid maakte. Daarnaast riep hij heel hard HoHoHo. Deze kerst staat in schril contrast met de kerstherinneringen uit zijn kindertijd. Maar hier was hij dan. Aangekleed en klaar om naar een kerstbal op school te gaan. Zijn eerste kerstbal! Voor zijn gevoel zou vanavond het begin van het einde zijn. Zou mijnheer Job er zijn? Zou Pepijn zijn pistool bij hebben? De zenuwen werden hem teveel. Even dacht hij dat zijn maag omdraaide en dat hij over zijn nek zou gaan in de wastafel. Toen dat niet gebeurde holde hij naar zijn kamer, drukte een Diazepam uit de verpakking en slikte hem zonder water door. Toen deed hij zijn schoenen aan. Tegen de tijd dat hij zijn haar netjes had gemaakt voelde hij de spanning langzaam wegebben. Hij liep naar beneden waar zijn familie zat te wachten. Toen hij de huiskamer in kwam keken ze hem allemaal aan. Zijn moeder had hem zojuist nog gezien maar reageerde alsof ze hem voor het eerst zag. Jasmijn, zelf al half gekleed in een mooie jurk floot, Lars klapte en zijn vader reageerde met een harde “whow wat een knappe vent komt er hier binnen”. Zijn moeder keek hem gelukkig aan. Pinkte ze nou een traantje weg of dacht hij dat maar? Onze zoon, zei zijn vader. Wat een heer. Je steelt de show vanavond jongen. Ik weet zeker dat er een aantal meisjes zijn die hun ogen niet van je af kunnen houden. Siem lachte. Meisjes. Dat is waar. Zou ze er ook zijn? Sarah. Die mooie Sarah. Wat zou ze dragen? Buiten klonk een claxon. Dat was de vader van Pepijn. Hij zou beide jongens een lift geven naar de KSE. Zijn vader zou hen vanavond weer ophalen. Het feest duurde tot middernacht en dus zou zijn vader hen vannacht om half een weer ophalen. Siem kon niet wachten op dat moment. Als hij zijn vader weer zag was alles voorbij. Dan had hij vakantie en hopelijk had hij dan ook rust. Hij gaf zijn vader een zoen, die een beetje vreemd opkeek. Siem en zijn vader gaven elkaar maar zelden een zoen. Daar zat geen speciale reden achter, dat was gewoon zo. De laatste zoen was misschien wel een paar jaar geleden. Misschien toen hij van zijn vader zijn eerste computer kreeg. Siem wist het niet meer. Hij omhelsde zijn moeder en gaf haar ook een dikke zoen. Tot straks mam. Tot straks schat, zei ze. Pas je goed op jezelf. Ze omhelsde elkaar. Hij zei gedag tegen Jasmijn en Lars. Jasmijn riep nog achterop “tot straks broertje, ik zie je nog wel” en toen liep hij naar buiten. Hij verliet de warme gezellige woonkamer, hij verliet zijn moeder en op dit moment verliet hij het laatste stukje kinderlijke onschuld.
Vijf minuten later stopte ze tegenover de school. De ingang van de school was verlicht met authentieke lantaarnpaaltjes. Het zag er allemaal heel anders uit dan overdag. Er lag een rode loper bij de ingang. Boven de ingang hingen grote zilveren kerstballen. Er hing kerstverlichting tussen de lantaarnpalen en op het schoolplein stonden kerstbomen. Het was een drukte van jewelste. Tientallen jongens en meisjes kwamen langst alle kanten aanlopen. Bij de ingang zat juf Rianne. Siem had nooit les van haar maar hij kende haar wel. Ze was verkleed als elf maar misschien was ze wat te oud voor dat korte jurkje. Gelukkig had ze er een maillot onder aan. Het was buiten namelijk nog steeds erg koud. Een kille schrale wind waaide over het schoolplein. Iedereen wilde zo snel mogelijk naar binnen. De rode loper liep helemaal door tot de feestzaal. Dit was gewoon de aula. De aula was de enige plek binnen de school waar alle leerlingen tegelijkertijd samen konden zijn. Maar ondanks de grote ruimte voelde het erg druk. De aula zelf was erg mooi versierd. Aan het plafond hingen witte lakens van tule en in het tule lag sneeuw. Tussen het besneeuwde plafond hingen grote sterren. De muren waren versierd met kerstlampjes. In het midden van de zaal hing een grote zilveren discobal en het podium zag er ook betoverend uit. Kerstbomen, verlichting, sneeuwvlokken en ook tule gordijnen links en rechts van het podium. Dit is geweldig riep Pepijn naar Siem. Ja he, lachte Siem. Dit is gewoon betoverend. Waarom is de aula niet altijd zo gezellig ingericht. Op de achtergrond speelde “Rockin’ Around the Christmas Tree van Brenda Lee. Aan de zijkanten van de aula stonden statafels en aan de zijkanten van het podium stonden grote rechthoekige tafels met drinken en versnaperingen. Laten we kijken wat ze vanavond allemaal weggeven lachte Pepijn. Siem kreeg een goed gevoel over deze avond. Pepijn leek in zijn hum en Siem durfde nu niet om over mijnheer Job te beginnen. Laten we hopen dat mijnheer Job er vanavond niet is, dacht hij. Ze wurmde zich door de menigte naar voren.
Siem verbaasde zich over alle gezichten die hij zag. Zaten deze mensen allemaal bij hem op school? Sommige gezichten waren vaag bekend en andere gezichten waren volslagen vreemd. Siem keek naar links en zag Pepijn opgeslokt worden door de mensenmassa. Snel drukte hij zich een weg tussen de menigte. Hij duwde voorzichtig een paar jongens opzij toen hij erachter langst wilde gaan. Daar was Pepijn. Hij keek naar rechts en toen was de drukte weg. Het rumoer hield op met bestaan en alle onbekende gezichten verdwenen. Hij keek recht in de bekendste ogen van het school. Twee felblauwe kijkers keken hem aan. Ha…hallo stamelde Siem. Hoi Simon, wat leuk dat je er bent. Voor hem stond het mooiste meisje van school en ze praatte met hem. Siem hoorde zichzelf zeggen “je ziet er goed uit”. Sarah droeg een bordeaux rode jurk met zwarte top. Haar haren leken te wapperen en haar ogen werden perfect geaccentueerd door de rode jurk. Nog nooit had ze er zo adembenemend uitgezien. Alsof vuur en water samengekomen waren in een perfect kristal. Ze lachte even, keek omlaag naar haar jurk en keek vervolgens weer op naar Siem. Jij ziet er ook deftig uit. Deftig, dacht Siem. Is dat positief? Deftig klinkt niet positief toch. Het klinkt alsof ik 30 jaar oud ben. Plots voelde hij een hand op zijn schouder. Kom Siem, ze hebben limonade, bier, koeken, popcorn en nootjes. Pepijn trok Siem aan zijn schouder terug de menigte in. Het magische moment verdween. Zie ik je straks nog hoorde hij zichzelf zeggen maar haar antwoord hoorde hij niet meer. Ze zwaaide nog even naar hem en ging door met dansen. Haar vriendinnen stonden ook om haar heen. Hadden ze daar zojuist ook gestaan? Dat was Siem helemaal niet opgevallen. Deftig, dacht hij. Ze vind me er deftig uitzien.
Hij zuchtte een keer en stond toen vooraan bij het podium en de lekkernijen. Hier waren veel meer bekende gezichten. Pepijn was naar Mo toegelopen die er ook op zijn best uitzag. Achter Mo stonden Angela en Jenna. Florian en Dirk stonden bij de koeken en iets verder weg zag hij Gert-Jan met Fenna praten. Daar zal je het hebben zei Mo en hij wees naar het podium. De muziek verdween langzaam naar de achtergrond en de lichten werden gebundeld op het podium. Alle aandacht was nu op het podium gericht. Vanuit de coulisse kwam mijnheer Peter het toneel op. Hij ziet eruit als een vampier hoorde hij Pepijn zeggen en het was alsof zijn gedachte zojuist hardop voorgelezen werd. Verdikkeme je hebt helemaal gelijk. Mijnheer Peter was volledig in het zwart gehuld. Zijn sluikse haar viel plat langst zijn gezicht en zijn relatief bleke gelaatskleur werd nog eens extra benadrukt. Sssss siste mijnheer Peter in de microfoon. Toen het geroezemoes wat afgenomen was begon hij met het officiële startsein van het feest.
Omdat mijnheer Steven afwezig is heb ik de eer gekregen om jullie toe te spreken. Welkom leerlingen van de KSE op ons jaarlijkse kerstfeest. Vanavond staat in het teken van de kerstvakantie en van kameraadschap. Je zit niet zomaar op de KSE. Je bent hier van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Elke dag zien we elkaar en maken we elkaar mee op goede en op minder goede dagen. We werken samen aan de beste resultaten en ik weet dat jullie het afgelopen half jaar keihard jullie best hebben gedaan. Dit feest is voor jullie. We hebben vanavond veel muziek dus iedereen die wilt dansen is uitgenodigd op de dansvloer. Dat is overigens niet voor niets want later vanavond maken we het KSE dansduo bekend. Vanavond lopen 3 mystery juryleden rond en het danspaar welke uitverkozen wordt tot KSE dansduo krijgt maar liefst 500 euro. Je hoorde ineens een iedereen “whow” zeggen. Toen vervolgde mijnheer Peter zijn verhaal door te zeggen, 200 euro mag het dansduo zelf houden en 300 euro moet gedoneerd worden aan een goed doel naar keuze. Geniet met elkaar, geniet van de lekkernijen en geniet na vanavond van de kerstvakantie. Jullie hebben het verdiend.
Die speech viel eigenlijk nog helemaal niet tegen zei Siem tegen Mo. Nee beaamde Mo. Ik wist niet dat hij meer dan 2 zinnen achter elkaar kon praten zonder te sissen of een rotopmerking te geven. De pratende vampier lachte hij. Ga jij dansen vroeg Siem aan Pepijn. Dansen, zei Pepijn die hem vragend aankeek. Nee dat laat ik vanavond maar achterwege. Ik heb belangrijkere dingen te doen. Daar schrok Siem van. Hij had mijnheer Job nog helemaal niet gezien maar die opmerking zat hem niet lekker. Vanavond ga ik feesten, bier drinken en de popcornautomaat leegeten zei Pepijn. Siem lachte maar het nare gevoel ging niet helemaal weg. Het licht dimde in de zaal en de kleurrijke lichtstralen verlichtte de discobal die op zijn beurt magische flikkeringen over de dansvloer strooide. De dansvloer liep al aardig vol. Er waren nogal wat jongens en meisjes die graag die 500 euro wilde winnen. Siem zag vriendjes en vriendinnetjes, stelletjes en zelfs meisjes met meisjes dansen. Hij zag Sarah nergens meer. Stond ze ook op de dansvloer? Hier, zei Pepijn. Neem ook een biertje. Plots kreeg Siem een biertje in zijn handen gedrukt. Ik wil helemaal geen bier, doe maar Cola. Niks cola, zei Pepijn. Nee geen Cola, hoorde hij Angela en Jenna roepen. Ok, ok, ok, zei hij. Hij nam een slok en eigenlijk was het niet eens echt lekker. Hij had heus al weleens vaker bier op. In de vakantie uit zijn vaders glas. Ook had hij weleens donker bier op bij zijn oma maar het was nog nooit voorgekomen dat hij een glas bier voor zichzelf had. Het is alcoholvrij hoor zei Pepijn. Natuurlijk, dat had hij zelf ook kunnen bedenken. De school mag geen alcohol schenken. Dat verklaarde ook waarom het misschien zo bitter was? Of kwam het door dat rare plastic bekertje? Hij had liever toch die Cola gehad maar vanavond zou hij gewoon meedoen. Laten we ons vanavond helemaal klemzuipen zei hij terwijl hij zijn glas in de lucht stak. Vervolgens dronk hij zijn glas in één teug leeg. Om hem heen klapte zijn klasgenoten en iedereen dronk toen zijn beker leeg. Ik haal wel een nieuwe, zei Pepijn. En Siem keek weer naar de dansvloer. Sarah was nog steeds niet te zien. Maar hij zag wel Fenna en Gert-Jan samen dansen. Zie je wel dacht hij. Tortelduifjes. Hij zag zichzelf dansen met Sarah maar dat leek nu zo ver weg. Ik ben waarschijnlijk te deftig dacht hij en hij hoorde zichzelf even hardop lachen.
Ben je nu al dronken? Pepijn stopte hem een vol glas toe. Nee, zei Siem. Ik dacht gewoon ergens aan. Moet je daar kijken, op de dansvloer. Ik zei het toch. Ook Pepijn zag Fenna en Gert-Jan dansen. Wel heb ik ooit, zei hij. Gert-Jan die ouwe snoeper. Op dat moment bedacht Pepijn zich iets. Hoe zit het eigenlijk met Sarah vroeg hij. Daar stond ik daarstraks bij, zei Siem onverschillig. Als je ooit met haar wilt dansen is dit je kans man. Ik kan niet dansen zei Siem. Nooit geleerd. Dan sta je maar voor paal. Vanavond is de perfecte avond om die meid beter te leren kennen. Kijk om je heen. Voel de sfeer. Er hangt liefde in de lucht en die gaan we zoeken ook. Pepijn had het nog niet gezegd of hij was weg. Waar ging hij nou naartoe? Siem keek naar achteren en zag Mo met een zak vol nootjes lopen. Hij dronk zijn 2e glas leeg en besloot ook wat nootjes te gaan pakken. Hey broertje hoorde hij roepen. Hij keek naast zich en zag zijn zus. Jasmijn zag er mooi uit en was omringd door vriendinnen en een aantal jongens die hij niet kende. Hoe gaat het? Lekker, zei hij. Wat een gaaf feest. Is het elk jaar zo ingericht. Jasmijn haalde haar schouders op. Ja het is elk jaar precies hetzelfde. Maar ik ben hier niet voor de versieringen. Vanavond ben ik hier om te feesten! Toen keek ze haar vriendinnen aan. Zijn we er klaar voor meiden, zei ze. En toen was zijn zus ook weer net zo snel verdwenen als dat ze gekomen was. Toch vond Siem het fijn dat zijn zus er was. Het onheilspellende gevoel in zijn buik werd minder maar toch had hij die laatste Diazepam gepakt als hij hem bij had. Siem draaide aan de automaat en er kwamen flink wat nootjes uitrollen. Hij ving ze handig op met zijn hand en deed er een paar in zijn mond. Terwijl hij terugliep naar het hoekje waar de meeste klasgenoten stonden veranderde het nummer naar Underneath the Tree van Kelly Clarkson. Siem hield van dit nummer. Dit was tenminste een kerstnummer met meer pit. Kelly Clarkson ging over in een ander nummer en zo kwamen er een aantal nummers voorbij. Siem wist niet exact hoeveel. De avond ging snel. Siem was zo verwikkeld in een discussie over computers met Mo dat hij Pepijn niet terug had zien komen. Meekomen Siem, zei Pepijn. Nu. Pepijn trok hem aan zijn arm mee.
Een beetje verbouwereerd keek Siem om zich heen. Ze liepen langst het toneel naar de andere kant van de zaal. Hier was het net zo druk maar met minder bekende gezichten. Waar was je nou de hele tijd vroeg Siem. Dat zal je zo wel zien lachte Pepijn. Ze liepen door de menigte, langst de kerstlampjes en langst de statafels. Plots bleef Pepijn staan. Kijk daar. Nee een beetje verder. Pepijn wees met zijn vinger en toen zag Siem het. Daar stond ze. Aan de eerste statafel, helemaal alleen. Dit is je kans. Waarom staat ze alleen vroeg Siem aan Pepijn? Dat weet ik toch niet. Ik ging haar zoeken voor je. Het leek alsof ze ruzie had met haar vriendin ofzo en nu staat ze alleen. Ga naar haar toe Siem, zo meteen is ze weg. Misschien gaat ze zo wel naar huis. Wil je haar zo bedroefd de kerstvakantie in sturen? Pepijn gaf Siem een zetje en voor hij het wist was hij op weg naar haar. Hij keek nog achterom en Pepijn stak zijn duim omhoog, alsof hij zeggen wilde “succes kerel”. Daar liep hij dan, op zijn eerste schoolfeest, na zijn eerste 2 glazen nep-bier liep hij zelf op een meisje af. En niet zomaar een meisje. In zijn ogen het allermooiste meisje! De 6 meter die hij af moest leggen leken een eeuwigheid te duren maar eindelijk naderde hij haar tafeltje. Ze had hem nog niet gezien. Gaat het wel goed met je. Ze keek verschrikt om. O, hoi zei ze. Waarom sta je hier zo alleen aan een tafeltje? Vanavond draait om plezier maken. Plezier? Vroeg ze. Jazeker, je hebt het je klassenleraar zojuist horen zeggen. Siem ging rechtop staan, deed zijn strikje recht en sprak op deftige toon “Vanavond staat in het teken van de kerstvakantie en van kameraadschap”. Dat wil nog niet zeggen dat je plezier moet maken, zei ze met een klein lachje. Nee dat klopt zei Siem. Maar je lacht al dus we gaan de goede kant op. Het is lief dat je naar me toekomt zei ze. Mijn beste vriendin werd boos omdat ik met dezelfde jongen wilde dansen als haar. Dat deed pijn. Ze heeft dus een andere jongen op het oog dacht Siem. Ik sta hier waarschijnlijk helemaal voor niets. Sarah vervolgde haar verhaal door te zeggen dat hij ontzettend goed kon dansen en dat ze ook kans wilde maken op de KSE Dansduo titel. Met dat geld zou ik een nieuw zadel voor mijn paard kunnen kopen. Rij jij paard? Vroeg Siem. Ik rij al paard sinds mijn achtste. Tegenwoordig rij ik regelmatig wedstrijden en ik heb mijn eigen paard. Nou ja, het is eigenlijk een pony maar het is wel de grootste pony van de stal. En je vriendin heeft zeker een oogje op die jongen? Ja antwoorde Sarah. Al een hele tijd. Maar ik wilde alleen maar dansen voor de prijs helemaal niet om hem van haar af te pakken ofzo. Dat viel mee. Even hoorde hij achter in zijn hooft dat akelige stemmetje. Anders dan voorheen. Het stemmetje leek nu meer op de stem van zijn oma. Jij angstige angsthaas. Sta daar niet zo te staan grote kleuter. Dit is je kans. Toen herpakte Siem zichzelf. Natuurlijk. Nu moest hij het vragen. Hij zei, ik kan niet dansen. Sterker nog ik heb nog nooit gedanst. Maar het lijkt me heel erg leuk om met je te dansen. Zou je alsjeblieft met me willen dansen? Toen lachte ze naar hem zoals hij haar nog nooit had zien lachten. Het was de liefste en meest charmante lach die hij ooit gezien had. Heel erg graag zei ze, en ze pakte zijn hand en samen liepen ze naar het midden. In zijn ooghoek zag hij Pepijn die weer een duim omhoog stak alsof hij ze nooit omlaag gedaan had.
Terwijl ze naar het midden liepen schakelde de DJ over naar het perfecte nummer. Last Christmas van Wham, een persoonlijke favoriet van Siem. De lichten werden gedimd waardoor de zaal verlicht werd met voornamelijk rode en groene tinten. De discobal zorgde voor prachtige weerkaatsingen en toen pakte Sarah zijn linkerhand en legde deze op haar rug. Ze nam zijn rechterhand in haar linkerhand en haar voeten begonnen langzaam te bewegen. Siem voelde dat ze hem meenam en zijn voeten begonnen ook te bewegen. Langzaam schuifelde ze over de dansvloer en terwijl George Michael zong over zijn oude kerstliefde had Siem het idee opgetild te worden door een engel. Hij was zo dicht bij haar prachtige ogen. Hij zag haar, hij voelde haar en ze danste met hem. Dit had hij niet durven dromen. Al zijn onzekerheden en vervelende gevoelens waren verdwenen. Hij was hier alleen met haar. De zaal vervaagde. Hij zag schaduwen maar concentreerde zich vooral op haar handen. Haar heupen wiegde heen en weer, gewoon simpel schuifelen maar voor hem leek het een galadans. Moest hij met haar praten? Moest hij iets zeggen? Dit is fijn, zei hij en ze keek hem aan en lachte instemmend. Toen besloot hij zijn mond te houden en te genieten. Ze draaide rond, ze draaide samen in een zaal vol vreemden. “Hier draaien we samen” dacht hij. Even kwam het nare gevoel terug. Ze danste maar in zijn ooghoek zag hij duidelijk 2 bekende gezichten. Daar achterin de zaal zag hij mijnheer Peter en mijnheer Job met elkaar praten. Hij keek nog eens goed. Dit was niet praten. Ze waren aan het ruziemaken. Waarover? Het magische moment was ten einde. Het nummer raakte op zijn eind en het heerlijke gevoel had plaatsgemaakt voor een beklemmend gevoel. De laatste tonen galmde uit de speakers en de lichten werden feller. Toen werden de spotlights op het podium gericht en mijnheer Peter kwam weer op. Ze luisterde naar hem terwijl ze samen hand in hand stonden.
Wat een feest, wat een leerlingen en wat een fantastische dansers, begon mijnheer Peter. Het is tijd dat we ons KSE Dansduo bekend gaan maken. De jury heeft vanavond gekeken en is in conclaaf gegaan. Het was moeilijk maar we hebben een jongen en een meisje gespot. Op dat moment hoorde Siem al een aantal zuchten in de zaal. We hebben ze bijna de hele avond zien dansen en verschillende stijlen zijn voorbij gekomen, vervolgde mijnheer Peter. Ik vrees dat wij het niet geworden zijn zei Siem tegen Sarah die nog steeds zijn hand vasthield en er zachtjes in kneep. Op dat moment zag hij in een ooghoek iets bewegen. Normaliter zou het niet opvallen maar het was alsof hij dit moest zien. Mijnheer Job liep iemand achterna. Ze glipte een gang in. Dat op zich was nog niet zo raar maar op hetzelfde moment zag hij ook Pepijn richting de gang sprinten. Iedereen was druk aan het luisteren. Mijnheer Peter had nog niet onthuld wie we gewonnen hadden en alle ogen waren op het podium gericht. Siem voelde zichzelf weer met 2 voeten op aarde komen. Het ging dus toch gebeuren. Een tijdje had hij er helemaal niet meer aan gedacht. Maar er was geen andere reden meer te bedenken waarom Pepijn achter mijnheer Job aan zou lopen. Hij wilde zijn hand niet losmaken. Hij wilde Sarah haar hand altijd blijven vasthouden. Misschien was het wel beter ook. Mijnheer Job mag niet wegkomen met zijn vieze ranzige gedrag. Laat Pepijn maar gaan. Op dat moment zorgde iets in hem dat hij toch losliet en achter Pepijn aanholde. Hij wist niet waarom. Het was een ondoordachte actie maar hij moest zijn beste vriend achterna. Om hem te behoeden van een grote fout of om hem juist te helpen als hij in problemen kwam. Hij holde de hal in en de deuren sloegen achter hem dicht. Vaag hoorde hij mijnheer Peter nog zeggen “en de winnaar en winnares van het KSE Dansduo zijn…” maar wie het waren hoorde hij niet meer. Eerlijk gezegd interesseerde het hem momenteel ook helemaal niets.
De hal was donker. Aan weerszijde stonden kluisjes. Dit was de hal waar zijn kluisje was maar de meeste hallen zagen er hetzelfde uit. Zo in de donkerte leek het een hele andere school. De deuren waren zwarte gaten en een aantal planten hadden net zo goed aliens met vreemde armen en lange vingers kunnen zijn. Hij was op onbekend terrein in zijn eigen school. Aan het einde van de gang liep de gang over in 2 andere gangen. Het liefste had hij teruggegaan naar de aula maar hij hoorde gestommel en sloeg rechtsaf een andere donkere gang in. Hij liep als in een droom. Wetende dat hij niet wilde maar onmogelijk om controle uit te oefenen op zijn bewegingen. Zijn benen liepen door. In de verte zag hij Pepijn weer de hoek omgaan. Hij liep nu langzamer alsof hij ze wilde besluipen. Toen Siem de hoek omging zag hij Pepijn staan. Het lokaal waar Pepijn stond was helaas het leegstaande lokaal, lokaal 114. Siem liep langzaam dichterbij. Toen hij dichterbij kwam zag hij in Pepijn zijn hand het pistool. Hij had het dus toch bij! Dit was echt. Pepijn zou vanavond iets doen wat hij nooit meer terug kon draaien. Hij liep dichterbij en fluisterde “denk na Pepijn”. Pepijn schrok zichtbaar. Hij had Siem niet gehoord en al helemaal niet verwacht. Sssst zei Pepijn. Wat doe je hier. Ga weg man. Hier wil je niet bij zijn. Jij moet hier ook niet zijn, zei Siem. Denk na. Zoiets doe je niet en al helemaal niet tijdens een kerstfeest. Luister zei Pepijn. Waarom moet ik luisteren zei Siem. Luister nou. Even was het helemaal stil. In het lokaal hoorde hij stemmen. Hij hoorde duidelijk de stem van mijnheer Job maar die andere stem klonk zachter, bijna onverstaanbaar. Toen ineens galmde de woorden “laat los” door het lokaal en toen wist Siem wie er nog meer bij was. Het was Vincent. Was die rooie hier op school? Je bent helemaal knettergek man. Ik kom een einde maken aan jou zieke spelletjes. Kennelijk is Vincent hier met dezelfde reden als ik, zei Pepijn. Het lijkt warempel wel afgesproken werk zei hij met een knipoog. Die knipoog stond Siem niet aan. Was dit inderdaad afgesproken werk? Wie had het dan opgezet? Hier draaien we samen, dacht hij toen. Siem had wel een idee wie dit allemaal bedacht had. Vincent heeft mijnheer Job naar de gang gewenkt zei Pepijn. Toen dat gebeurde moest ik erachteraan. Een betere kans komt er niet. Er volgde een aantal dreunen en een gesmoord gegil en toen was het stil. Even later ging de deur open. Mijnheer Job stapte naar buiten. Zijn overhemd was gescheurd en aan zijn handen zat bloed. Mijnheer Job zag Pepijn en Siem en voor Siem het besefte richtte Pepijn het pistool op mijnheer Job. Als je dacht dat Vincent de enige was die van jouw vieze spelletjes afweet dan heb je het mis viezerik. Het is tijd dat je gestopt wordt. Ik heb alles gezien in je tuinhuis. Wat je deed met Pascal is ontzettend ziek en goor. Je spoort niet en je moet gestopt worden. Mijnheer job deed zijn handen in de lucht alsof hij zich wilde overgeven. Net toen Siem dacht dat Pepijn zou schieten hoorde hij achter hem een bekende stem. Wat is hier aan de hand klonk ze in paniek. Siem en Pepijn keken om en in een ogenblik slaagde mijnheer Job erin om de kinderen om te beuken, het pistool af te pakken van Pepijn en richting Sarah te lopen. Nee, riep Siem. Nee dat doe je niet. Laat Sarah met rust. Maar mijnheer Job denderde zonder tegenwoord door. Hij was in paniek. In paniek als een klein jongetje welke door zijn ouders betrapt was op masturberen. Sarah gilde maar haar gil werd snel gesmoord door de hand van mijnheer Job. Hij hield haar mond dicht en tilde haar op. Mijnheer Job holde de gang in en Pepijn en Siem holde er achteraan. Voor Siem ging het te snel. Zijn benen rende en hij zag de muren van de gang voorbij flitsen maar hij dacht niet na. Hij zat in een achterlijke achtbaan, of nee een doorgedraaide carrousel. Mijnheer Job was snel, sneller dan hij verwacht had. Zijn logge lijf incl. Sarah daverde verdraaid snel door de gang, langst duistere lokalen en nog meer kluisjes. Ze naderde de gymzaal en de nooduitgang. Op dat moment haalde Pepijn hem in. Siem wist dat mijnheer Job moe begon te worden. Maar hij stootte tegen de drukstang en de nooduitgang die grensde aan het voorzijde van het gebouw ging open. Terwijl hij door de deur liep trapte hij hem weer dicht en Pepijn liep bovenop de deur. Pepijn deinsde terug en opende zo snel mogelijk de deur weer. Siem en Pepijn holde samen door de deur en zagen mijnheer Job richting de straat rennen. De straat was rustig en wit. Er dwarrelden zachtjes sneeuwvlokjes naar beneden. Achter hen hoorde hij de vage geluiden van het kerstfeest. Bij de ingang stonden een aantal leerlingen in groepjes maar niemand leek hen op te merken. Ze waren druk bezig met elkaar. Discussies en onderwerpen die waarschijnlijk voor de pubers van belang waren maar niet voor Siem. Niet nu. Mijnheer Job holde de straat over richting het skatepark. Toen Siem de straat overstak was mijnheer Job al ruim overgestoken. Een vrijend stelletje, welke onder een donkere boom stonden merkte op wat er gaande was en het meisje begon te gillen. Mijnheer Job gooide Sarah van zich af. Siem had haar willen oprapen, haar willen troosten en willen vragen of alles goed met haar ging maar hij kon het niet. Zonder deze extra ballast rende hij nog sneller. De jongens holde Sarah voorbij. Siem rende nu ver voorop alsof de smak van Sarah hem extra kwaad maakte en nog meer energie gaf. Siem was altijd al sneller dan Pepijn geweest maar nu ging hij op maximaal tempo. Hij was niet moe, hij voelde zijn benen niet, hij voelde nu enkel haat. Mijnheer Job ging door de halfpipe maar Siem was er ook al bijna. Mijnheer Job keek achterom en dat had hij niet moeten doen. Hij holde de halfpipe af, gleed uit en struikelde. Hij kwam lelijk terecht. Even lag hij daar op zijn zij. Voor hem duisternis. Maar die duisternis maakte snel plaats voor wit licht. Het leek wel een elektrische schok. Siem was bij hem aangekomen en schopte zonder van snelheid te verminderen tegen het achterhoofd van mijnheer Job.
Liggen blijven viezerik. Weer volgde een schop maar nu in zijn buik. Dit deed minder zeer voor hem dan Siem verwacht had. Ondertussen was Pepijn ook aangekomen en samen stonden ze om hem heen. Pepijn zag het pistool uit de broekzak van mijnheer Job steken en reikte ernaar om het te pakken. Op dat moment kwam mijnheer Job waarschijnlijk tot dezelfde conclusie, rolde om en pakte Pepijn zijn hand en trok hem omlaag. Hij was niet alleen verbazend snel maar ook verbazend sterk. Pepijn zijn benen knikte als een rietjes en hij viel bovenop mijnheer Job. Siem probeerde te helpen maar het ging zo snel. Mijnheer Job had het pistool te pakken gekregen, worstelde met zijn andere hand tegen de vuisten van Pepijn en richtte. Hij spande de haan alsof hij dagelijks schoot en toen klikte de haan terug. De hypnotiserende klik werd gevolgd door een enorme knal. Een seconde leek de wereld stil te staan en toen ging het gevecht verder. Siem had onbewust met zijn voet de revolverarm van mijnheer Job weggeduwd en de kogel was op een haar na langst het gezicht van Pepijn geschoten. Pepijn kwam omhoog en mijnheer Job wilde hetzelfde doen. Siem haalde hem echter onderuit, sloeg in het gezicht van mijnheer Job en toen lag hij even stil. Siem en Pepijn keken elkaar vragend aan. Was dit het? Siem voelde zichzelf ontwaken uit een droom, een nachtmerrie. Hij stond met beide benen op de grond. Achter hem hoorde hij zijn naam. Daar stond Sarah. Naast Sarah stonden zeker wel 30 andere leerlingen en Siem zag dat er nog veel meer over het schoolplein en over de straat liepen. Siem liep richting Sarah die hem doodsbang en uitermate verbaasd aankeek. Ze kon waarschijnlijk nog niet bevatten wat er de afgelopen vijf minuten gebeurt was. Plots riep een van de jongens, pas op, achter je. Siem en Pepijn draaide zich om en zagen hoe mijnheer Job opgestaan was. Hij leek gedesoriënteerd maar hij stond rechtop en keek naar zijn hand, de hand waarin hij het pistool nog steeds vasthield. Dom, waarom hebben we dat niet meteen afgepakt dacht Siem. Hij richtte weer op Pepijn en Siem was nu te ver weg om nog iets te doen. Er klonk een tweede luide knal. Nog voor het geluid weggeëbd was zakte Pepijn door zijn knieën op de grond. De groep gilde. Siem liep om hem af en mijnheer Job draaide om. Achteraf wist Siem niet meer wat hij op dat moment geroepen had maar hij was sneller bij mijnheer Job dan dat mijnheer Job gedraaid was. Siem bukte, haalde uit en werd teruggeslagen door een harde klap tegen zijn kin. Mijnheer Job had met zijn knie vol uitgehaald en Siem viel achterover op de grond. Nu lag hij op de grond en de rollen waren omgedraaid. Hij hoorde mijnheer Job zeggen, een echter biologieleraar onderzoekt levende en dode materie. Kom met me mee en dan rijg ik je helemaal open. In de verte klonk een sirene en Siem zag de paniek in zijn ogen. Dit was het moment dat mijnheer Job zich realiseerde dat het te laat was. Dat de hele school dit tafereel had gadegeslagen en dat er voor hem geen andere weg was dan een regelrechte rit naar de cel. Toch maar niet dan, zei hij en hij richtte het pistool op Siem zijn keel. Siem deed zijn best hem af te weren en even leek het alsof hij mijnheer Job van zich af kon gooien. Hij faalde echter en nu zat hij klem. Dit was het absolute einde. Hij deed zijn ogen dicht en hij hoorde zijn zus gillen. Er was veel gegil maar de gil van zijn zus herkende hij uit duizenden. Hoe vaak hadden ze elkaar niet in de haren gezeten en had ze gegild om hun moeder. Er volgde een doffe knal.
Siem voelde zijn lichaam lichter worden. Het was minder pijnlijk dan hij verwacht had. Toen kwamen de stemmen terug en het rumoer zwol weer aan. Hij opende zijn ogen en lag nog steeds op zijn rug in de dunne laag sneeuw naast de halfpipe. Naast hem was mijnheer Job in elkaar gezakt en boven hem stond mijnheer Peter met een honkbalknuppel. Zo te zien had hij mijnheer Job bovenop zijn hoofd geraakt. Opstaan de Graaf, zei hij tegen Siem. Siem stond op en keek naar het bebloede hoofd van mijnheer Job. De ogen van mijnheer Job waren naar buiten gepopt en er zat duidelijk een flink gat in zijn hoofd waar het bloed gestaagd uitkolkte. Hij keek in de ogen van mijnheer Peter welke emotieloos terug staarde. Was dat een glimlach om zijn mond? Toen dacht Siem aan Pepijn en snel holde hij naar de plek waar Pepijn door de knieën gezakt was. Om hem heen stond een grote meute leerlingen. Pepijn, riep Siem en hij wurmde zich tussen de meute door. Daar lag hij op de grond. Naast zijn hoofd zat juffrouw Angela die op zijn borst drukte. Er was veel bloed. Pepijn, riep Siem weer, alsof het iets zou helpen. Hij is in zijn borst geraakt hoorde hij juffrouw Angela zeggen. Toen ging de groep uit elkaar en werd er plaats gemaakt voor een brancard. Naast de brancard liepen 2 dokters en toen ging het allemaal erg snel. Ze namen Pepijn mee in de ziekenwagen. Siem sprong achterin. Hij liet zijn vriend niet alleen. Hij had geen erg meer in de commotie in het skatepark en ook niet in mijnheer Job of Sarah. Hij zou ze deze avond niet meer zien. Hij zou ze zelfs niet meer zien voor kerstmis. Zou hij ze ooit nog wel zien?
Hij had gezien hoe Pepijn meegenomen werd naar de operatiekamer. Hij had de ouders van Pepijn gezien. Even later waren zijn eigen ouders ook gekomen. Jasmijn was erbij maar Lars was thuis. Jasmijn was ontzettend van streek en oogde onrustiger dan Siem zelf. Maar vanbinnen was hij niet rustig. Vanbinnen was hij kwaad, verdrietig en vooral verward. Hij probeerde alles op een rijtje te krijgen maar dat liet zijn hoofd nog niet toe. Hij was nog nooit zo vaak in een ziekenhuis geweest dan de laatste weken. Eerst zijn oma en nu zijn beste vriend. Even later, het moest al zeker twee uur ’s nachts geweest zijn had hij een aantal vragen van een politieagent moeten beantwoorden en de volgende dag zou hij terug naar het politiebureau moeten voor een verklaring. Hij had gevraagd naar Vincent maar de politieagent vertelde hem dat niemand het over een “Vincent” gehad had. Mijnheer Job was onderweg naar het ziekenhuis overleden en mijnheer Peter had zijn verklaring al afgelegd. Pas toen de dokter kwamen vertellen dat het goed zou komen met Pepijn was hij in tranen uitgebarsten. Tranen die te lang opgesloten hadden waren eindelijk vrij en hij huilde langer dan hij ooit gehuild had. Pepijn was in zijn borst geschoten maar de kogel had geen vitale organen geraakt. Pepijn zou snel opknappen en weer helemaal de oude zijn.
Zijn gedachtes maakte overuren. Hij draaide door. Geen notie van tijd en besef van de verdere gebeurtenissen. Het was voorbij en toch voelde hij zichzelf doorgedraaid. Was het dan toch eindelijk gebeurt. Had deze feestavond hem het laatste zetje gegeven? Hij herinnerde zichzelf dat hij weer in bed lag. De nachten waren altijd het ergste. Waarom kon hij niet gewoon een nacht fatsoenlijk slapen, zoals iedereen.
Toen Siem op de wekker keek was het tien over drie in de nacht en hij had geen slaap. Toen hij zijn ogen sloot zag hij zuster Bertha aan komen rennen met een brancard. Op de brancard lag mijnheer Job. Zijn hoofd was opengesprongen als een gepofte aardappel. Zuster Bertha keek hem indringend aan en sprak op indringende toon tegen hem. Kijk wat je gedaan hebt. Angstige angsthaas die je bent. Weer een doodskist gevuld omdat jij het niet kon laten je overal mee te bemoeien. Iedereen om je heen gaat dood angsthaas. Eerst je oma en nu deze beste man. Met krassende stem holde ze verder en riep ze, in die kamer ligt je beste vriend dood te gaan angsthaas. Iedereen gaat dood. En toen ging ze de hoek om en verdween ze in de verte. Siem liep de kamer binnen. De kamer was donker. Een klein lampje boven het bed brandde en verlichtte de gedaante in het bed. Daar lag Pepijn zoals Siem hem die avond gezien had. Zijn ogen gesloten en zijn borst onder het bloed evenals de lakens die eroverheen lagen. Hij ademde zwaar. Toen begon hij te hoesten en er kwam bloed uit zijn mond. Siem begon om hulp te roepen maar niemand kwam. Toen opende Pepijn zijn ogen en schrok Siem van zijn aanblik. De bekende ogen van Pepijn waren weg en wat hem aankeek waren zwarte gaten, beide gevuld met kogels. Pepijn ontblootte zijn bebloede tanden en zei met de stem van zuster Bertha: het is waar Siem. Iedereen om je heen gaat dood. Je bent een vriend van niets. Je bent de nagel aan mijn doodskist en snel zal je zelf ook het interieur worden van je eigen kist. Siem wilde een tegenwoord geven maar hij kon het niet. Een gemene glimlach vormde zich om Pepijn’s mond en toen begon hij weer bloed te hoesten.
Siem deed zijn ogen wagenwijd open. Geschrokken kwam hij omhoog en liep naar zijn geheime plekje toe. Hij pakte de strip met Diazepam. Hij drukte de laatste tablet eruit, legde hem op zijn tong en slikte hem door. Niet lang daarna voelde hij zich rustiger worden. Hij ging weer liggen. De slaap kwam nu veel minder abrupt. Hij voelde zich langzaam wegzakken in een nieuwe droom, een mooie droom. Hij was weer op het kerstfeest en in zijn handen hield hij de handen van Sarah. Zijn lichaam zweefde over de dansvloer alsof ze hem optilde. Alsof ze wilde zeggen dat alles nu goed was. Vergeet wat er gebeurt is zei ze. Je bent hier nu met mij. Hou me stevig vast, en dat deed hij. Hij pakte haar vast en drukte haar tegen hem aan. Ze was heerlijk warm. Hij voelde haar ademhaling en hoe ze haar hoofd te ruste legde op zijn schouder. Zo was het goed. Hij wilde hier voor altijd blijven met haar. In de verte hoorde hij een ratel maar hij danste door. Het volume van het ratelende geluid bleef aanhouden en leek harder te worden. Toen werd het zo hard dat hij haar losliet in de droom. Hij opende zijn ogen en verward keek hij om zich heen. Waar was hij? Hij was in zijn slaapkamer maar het ratelende geluid was er ook nog steeds. Zijn ogen zochten de oorzaak. Hij keek door de kamer en toen bleven zijn ogen hangen op een klein groen knipperend lampje onder zijn bureau. Het was de oude printer. Hoe kan die printer nu kabaal maken terwijl zijn computer uitstond. Het lampje knipperde nog een paar keer en toen tufte de printer het papiertje uit. Siem kroop op handen en voeten naar zijn bureau, pakte het papiertje eruit en kroop toen terug in bed. Hij zocht zijn zaklamp en knipte hem aan. Even moest hij zijn ogen samenknijpen om het papiertje te kunnen lezen. De letters waren klein. Toen vormde de vage schaduwen leesbare vormen. Hij las:
Vanavond hebben we een ongehoorzame mede passagier verloren maar we zijn blij dat u nog aan boord bent. Bedankt voor uw deelname en blijf nog even zitten dan draaien we nog een paar rondjes. Hier in De Duistere Carrousel draaien we altijd gezellig samen.
-Nawoord-
Toen ik begon aan dit boek had ik geen idee waar het zou eindigen. Natuurlijk had ik een idee hoe de globale verhaallijn zou verlopen. De laatste hand aan dit boek is gelegd in september 2018 en gaandeweg zijn er nieuwe ideeën in het verhaal verwerkt, nieuwe personen verzonnen en soms ook reeds geschreven delen verwijderd. Het boek is langer geworden dan ik verwacht had. Met lettertype Calibri – 11 telt het boek 66 pagina’s in Microsoft Word. Ik had verwacht niet verder te komen dan 30 pagina’s. De reden dat het verhaal langer geworden is heeft er alles mee te maken dat het verhaal en de hoofdpersonen Siem en Pepijn me fascineerde. Beide vrienden hebben een familie, gaan naar dezelfde school maar hebben hun eigen problemen en gedragingen. Het schrijven was veel werk maar nu het verhaal uit is lijkt het me leuk om ooit een vervolg te schrijven. Hoe zou het met Vincent vergaan? Maken we misschien nog kennis met Eddie Kromhout? Wat is de exacte rol van mijnheer Peter? De vader van Siem heeft ook nog wel een aantal geheimen en hoe lang zou De Duistere Carrousel een rode draad zijn in de levens van Siem en Pepijn of liggen er alweer nieuwe gevaren op de loer. Is Sarah wel de prachtige engel die Siem voor ogen heeft?
Of er ooit een vervolg komt weet ik nu nog niet. Wat ik wel weet is dat ik dit boek met veel plezier geschreven heb en ik hoop dat jij net zoveel plezier beleefd hebt met het lezen ervan!
Het ga je goed!
Jarno Baselier